Posts tonen met het label Brabant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brabant. Alle posts tonen

maandag 31 maart 2025

René Jagers (1982): De Zwarte Ruiter. Een Oost-Brabantse bandiet 1945-1957.

 


Een bijzondere studie is de gedeeltelijke biografie van De Zwarte Ruiter over de periode 1945-1957. Het gaat over Hans Gruijters die leefde van 1925 tot 1980. Afkomstig uit een groot gezin met 21 kinderen in Boekel; het gezin verhuist later naar Beek en Donk waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorbrengt. 

De auteur noemt zijn boek een antropologische biografie, waarin hij tracht "de persoonlijke kanten van Hans' leven te verbinden met de maatschappelijke ontwikkelingen in de jaren rond de laatste wereldoorlog". "De daden van De Zwarte Ruiter spraken veel Oostbrabanders en waarschijnlijk ook andere Nederlanders tot de verbeelding. In zijn acties bracht Hans gevoelens van persoonlijke ongebondenheid ten aanzien van het staatsgezag tot uitdrukking, juist in een periode dat de ruimte hiervoor steeds geringer werd. Dit ideaal van een relatief ongebonden levenswijze ten aanzien van staatsautoriteiten kende met name in Oost-Brabant een lange traditie". In 1955 wordt hij gearresteerd en in gevangenis van Scheveningen gezet. In 1957 weet hij echter te ontsnappen, waardoor hij het staatsgezag wederom weet te tarten.

De provincie Oost-Brabant ten westen van De Peel was het 'werkterrein' van De Zwarte Ruiter, welke naam hij had ontleend aan het café van zijn broer. Het gebied omvat, van het noorden tot het zuiden, de plaatsen Oss, Schaijk, Uden, Volkel, Boekel, Gemert, Beek en Donk, Aarle-Rixtel, Helmond, Mierlo, Geldrop, Heeze en Leende. Aanvankelijk was hij actief als smokkelaar (na de 2e wereldoorlog), later maakte hij zich ook schuldig aan diefstal, inbraak en roofoverval met een dode tot gevolg.

Ik herinner me als kind uit de jaren vijftig van de vorige eeuw dat er gesproken werd over De Zwarte Ruiter. Dat vonden we spannend. Een echte bandiet zoals we die later in cowboyfilms zagen. Overigens werd het smokkelen in mijn herinnering niet als echt crimineel gedrag gezien. Mijn moeder, afkomstig uit het grensdorp Luyksgestel, vertelde weleens dat zij en haar zussen boter smokkelden naar België verstopt in hun nylonkousen onder hun rokken of jurken. Tijdens het leefbaarheidsonderzoek in Siebengewald (zie een eerder item in dit blog) hoorden we de verhalen dat er na de 2e wereldoorlog iedere zondag een bus van het dorp naar Roermond vertrok waar familie op bezoek ging naar het gevang waar de smokkelaars tijdelijk verbleven.

De mentaliteit van de bevolking van Brabant dat men het staatsgezag niet altijd serieus moest nemen, heeft haar historische wortels in de eeuwenlange onderdrukking en uitbuiting van de bevolking  van de provincie Noord-Brabant, zoals in de voorgaande notitie beschreven.



woensdag 26 maart 2025

L. van Egeraat (1974): Brabant. Het andere Nederland.

 



Het boek van dr. van Egeraat bestaat uit de volgende hoofstukken:
- Hoofdstuk 1    Bezuiden de Moerdijk
- Hoofdstuk 2    Van zwaartepunt der Nederlanden naar wingewest
- Hoofdstuk 3    Brabant is dood, Noord-Brabant gaat leven
- Hoofdstuk 4    Eerste impressie van negen regio's
- Hoofdstuk 5    Het Brabantse natuurlandschap
- Hoofdstuk 6    Het Brabantse cultuurlandschap
- Hoofdstuk 7    Nederlands eerste industrieprovincie
- Hoofdstuk 8    Meest slordig aangeklede provincie van Nederland
- Hoofdstuk 9    Brabantse dorpen
- Hoofdstuk 10  De grote vier en de kleine vier
- Hoofdstuk 11  Hoe zijn wij?

Het boek is een pleidooi voor het mooie Brabant, haar prestaties en haar inwoners. Maar meer dan dat is het ook een relaas van achterstelling en onderdrukking door de machthebbers van boven de Moerdijk. De protestanten in het noorden hebben eeuwenlang de katholieken in het zuiden onder de knoet gehouden en uitgebuit. Daar begint de slavernij van de Hollanders over de inwoners van de huidige provincie Noord-Brabant, die tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bestuurd werden door de Raad van State. "Terug in de Nederlandse schoot werden deze zogenoemde generaliteitslanden lange tijd bestuurd als een soort interne koloniën, waarbij katholieken als tweederangs burgers werden behandeld, tot 1795 de jure en tot ver in de negentiende eeuw de facto". Uiteindelijk bracht een vreemde mogendheid (Frankrijk) een begin van gelijkberechtiging voor het katholieke volksdeel bij de stichting van de Bataafse Republiek. Het gehele 1e hoofdstuk betoogt de schrijver dat reizigers die vanuit het noorden de Moerdijkbrug overgaan "in een wereld komen die wel bij Nederland behoort, maar die naar sfeer, mentaliteit en historie toch anders is". Hij noemt Brabant dan ook "het andere Nederland".

Het 2e hoofdstuk geeft de belangrijke historische achtergronden van de grootsheid van (het Hertogdom) Brabant, dat eens het centrum was der Nederlanden, waartoe ook behoorden het huidige België. In de Bourgondische tijd (1384 tot 1482) was Brabant toonaangevend: de economie, de Nederlandse taal en cultuur, de zetel van het centraal bestuur (Brussel), de enige universiteit (Leuven), een grote
haven (Antwerpen). 

Of het sentiment, wat eens in de provincie Noord-Brabant leefde, nu nog bestaat weet ik niet. Maar de geschiedenis heeft daar alle aanleiding toe gegeven. Parallel hieraan is het sentiment onder de katholieke bevolking van ons land, die overigens niet enkel tot de zuidelijke provincies is beperkt. Sinds de 19e eeuw heeft er een emancipatie van de katholieke bevolkingsgroep plaatsgevonden, die zich heeft georganiseerd in de katholieke zuil. Het boek van Egeraat is gepubliceerd in 1974; in die tijd was het proces van ontzuiling in volle omvang gaande.
 
 

vrijdag 7 februari 2025

Maria Grever en Annemiek van der Veen (1989, redactie): Bij ons moeder en ons Jet. Brabantse vrouwen in de 19e en 20e eeuw.

 


Dit boek bevat een verzameling van artikelen over Brabantse vrouwen in de 19e en 20e eeuw. "Zo wordt een indruk gegeven van het leven van Brabantse boerinnen, nonnen, kostschoolmeisjes, vroedvrouwen en journalistes" staat op de achterflap. De volgende artikelen zijn opgenomen:

- Niet in haar kraam te pas. Kindermoord in het departement Brabant, speciaal in het arrondissement 's-Hertogenbosch, 1811-1838. (auteur: Maria Grever).

- Geen lusten zonder lasten. Huwelijk, seksualiteit en geboorten op de Kempense zandgronden, 1850-1940. (auteur: Jannie van Lieshout en Betty Rikken).

- Een boek lezen was tijd verknoeien. Meisjesonderwijs en vrouwenarbeid in Helmond en de Peel, 1918-1940. (auteur: Annette Mevis).

- Bruiden van Christus, moeders van de armen. Geloofsleven en werkzaamheden van de zusters van de Choorstraat, 1820-1875. (auteur: José Eijt).

- Van jonge juffrouwen en kwekelingen. Katholieke meisjeskostschool in de eerste helft van de twintigste eeuw (auteur: Marieke Hilhorst).

- Roeien,  baren en in de arbeid zijn. Vroedvrouwen in Noord-Brabant, 1880-1960. (auteur: Marga Pruijt).

- Een huwelijk is het einde van je carrière. Drie Brabantse journalistes bij De Tijd en de Volkskrant, 1945-1965. (auteur: Janneke Riksen).

Niet alle artikelen gaan over de 20e eeuw, maar ook die zijn het lezen waard. Het boek geeft een goed beeld van de (ondergeschikte) rol van vrouwen in de 19e en 20e eeuw. 


zondag 22 december 2024

Anton van Oirschot en Pieter Anton van Gennip (1982, redactie): Optocht in Brabant. Over optochten, stoeten en processies in het algemeen en de Brabantse Dag in het bijzonder.




 

Een boek over de Brabantse Dag in Heeze ter ere van 25 Jaar Brabantse Dag in 1982. Het boek bestaat uit drie hoofstukken. Hoofdstuk I is geschreven door Pieter Anton van Gennip en is een filosofische beschouwing over stoeten, zoals begrafenisstoet, stille tocht of stoet ter herdenking, protestdemonstratie, processie (R.K.), bruiloftstoet, militaire mars, stoeten van schuttersgilden, fanfares en harmonieën, bedevaarttochten, bloemencorso's, en feestelijke optochten zoals de optocht op de Brabantse Dag.

Hoofstuk II geschreven door Jace van de Ven bespreekt de Brabantse Dag-optocht en de personen die de optocht mogelijk maken: de wagenbouwers. Hoe het begon met een boerenoptocht en uitgroeide tot een meerdaagse Brabantse culturele manifestatie van naam en faam. De enorme inzet van de vele vrijwilligers wordt besproken en de functie van het samenwerken aan een wagen en het toneelspel tijdens de optocht, met alle voorbereidingen die dat vergt, schept en onderhoudt de gemeenschapszin.

Hoofdstuk III is geschreven door Anton van Oirschot met als titel: Dag van de Brabanders. Impressies en een bloemlezing van 25 Jaar Brabantse Dag. Het boek wordt afgesloten met de muziek en tekst van een ballade voor de Brabantse Dag met de titel: ROES.

In Heeze ben ik geboren en getogen. Ik heb één keer als figurant meegedaan aan de optocht, in 1965 (8e Brabantse Dag) toen het thema 'Heksen en Spoken; Sagen en Legenden' was.


woensdag 30 augustus 2023

Sjang Hoeijmakers (1988): die goeie ouwe tijd. het leven in een peeldorp omstreeks 1900.

 


De schrijver van 'die goeie ouwe tijd' is in 1911 te Horst geboren. In 1937 verhuist het gezin Hoeijmakers naar Elsendorp in de Brabantse Peel onder Gemert. "Mijn moeder, mijn jongste zus Drika, mijn jongste broer Bert en ik". Het grootste deel van het boek gaat daarom over de herinneringen van de schrijver over zijn jeugd in Horst. Het boek geeft een beeld "van het leven op het platteland in de omgeving van Horst en in een ontginningsdorp in de Peel in de periode van de eeuwwisseling tot aan de Tweede Wereldoorlog". Met verhalen over opmerkelijke personen en de persoonlijke belevenissen van de schrijver.

maandag 28 augustus 2023

Bernard van Dam (1972): Oud-Brabants dorpsleven. Wonen en werken op het Brabantse platteland.

 



In de reeks 'Kultuurhistorische Verkenningen in De Kempen' is in 1972 Deel IV verschenen en uitgegeven door de Stichting Brabants Heem. Het boek is een bundeling van de artikelen die van Dam heeft geschreven in diverse heemkunde tijdschriften. Het boek bestaat uit twee delen.

Deel I: Boerderijen, boerenbedrijf en boerengereedschap, oude ambachten: Een nagenoeg compleet overzicht van alle werkzaamheden in en om de boerderij, de gereedschappen die gebruikt werden, de inzet van dieren op de boerderij. De volgende werkzaamheden passeren de revue: mest maken; bemesten; ploegen; eggen; zaaien; oogsten; dorsen; slachten; grasmaaien. De werkers op de boerderij worden besproken: de boer; de boerin; de boerenknecht; de dienstmeid. Ook de nevenwerkzaamheden komen aan bod: bijenhouden; stroperij; jagen; naar de markt. Tot slot volgen de aanverwante oude ambachten: de molenaar (de man die leeft van de wind); de timmerman; de smid; de koperslager; de klompenmaker; de rietdekker/strodekker; de slachter; de bierbrouwer; de kuiper; de bakker.

Deel II: Volksgebruiken: rondtrekkend volk; de dorpskermis; de beugelbaan; Vastenavond; Pasen; de 'omgang' van meneer pastoor; bruiloften; sterven en begraven. 

Omdat het boek een bundeling van artikelen is komen de verschillende onderwerpen als een bonte stoet aan de lezer voorbij.