Posts tonen met het label 3 - DORP en PLATTELAND. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 3 - DORP en PLATTELAND. Alle posts tonen

woensdag 26 maart 2025

L. van Egeraat (1974): Brabant. Het andere Nederland.

 



Het boek van dr. van Egeraat bestaat uit de volgende hoofstukken:
- Hoofdstuk 1    Bezuiden de Moerdijk
- Hoofdstuk 2    Van zwaartepunt der Nederlanden naar wingewest
- Hoofdstuk 3    Brabant is dood, Noord-Brabant gaat leven
- Hoofdstuk 4    Eerste impressie van negen regio's
- Hoofdstuk 5    Het Brabantse natuurlandschap
- Hoofdstuk 6    Het Brabantse cultuurlandschap
- Hoofdstuk 7    Nederlands eerste industrieprovincie
- Hoofdstuk 8    Meest slordig aangeklede provincie van Nederland
- Hoofdstuk 9    Brabantse dorpen
- Hoofdstuk 10  De grote vier en de kleine vier
- Hoofdstuk 11  Hoe zijn wij?

Het boek is een pleidooi voor het mooie Brabant, haar prestaties en haar inwoners. Maar meer dan dat is het ook een relaas van achterstelling en onderdrukking door de machthebbers van boven de Moerdijk. De protestanten in het noorden hebben eeuwenlang de katholieken in het zuiden onder de knoet gehouden en uitgebuit. Daar begint de slavernij van de Hollanders over de inwoners van de huidige provincie Noord-Brabant, die tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bestuurd werden door de Raad van State. "Terug in de Nederlandse schoot werden deze zogenoemde generaliteitslanden lange tijd bestuurd als een soort interne koloniën, waarbij katholieken als tweederangs burgers werden behandeld, tot 1795 de jure en tot ver in de negentiende eeuw de facto". Uiteindelijk bracht een vreemde mogendheid (Frankrijk) een begin van gelijkberechtiging voor het katholieke volksdeel bij de stichting van de Bataafse Republiek. Het gehele 1e hoofdstuk betoogt de schrijver dat reizigers die vanuit het noorden de Moerdijkbrug overgaan "in een wereld komen die wel bij Nederland behoort, maar die naar sfeer, mentaliteit en historie toch anders is". Hij noemt Brabant dan ook "het andere Nederland".

Het 2e hoofdstuk geeft de belangrijke historische achtergronden van de grootsheid van (het Hertogdom) Brabant, dat eens het centrum was der Nederlanden, waartoe ook behoorden het huidige België. In de Bourgondische tijd (1384 tot 1482) was Brabant toonaangevend: de economie, de Nederlandse taal en cultuur, de zetel van het centraal bestuur (Brussel), de enige universiteit (Leuven), een grote
haven (Antwerpen). 

Of het sentiment, wat eens in de provincie Noord-Brabant leefde, nu nog bestaat weet ik niet. Maar de geschiedenis heeft daar alle aanleiding toe gegeven. Parallel hieraan is het sentiment onder de katholieke bevolking van ons land, die overigens niet enkel tot de zuidelijke provincies is beperkt. Sinds de 19e eeuw heeft er een emancipatie van de katholieke bevolkingsgroep plaatsgevonden, die zich heeft georganiseerd in de katholieke zuil. Het boek van Egeraat is gepubliceerd in 1974; in die tijd was het proces van ontzuiling in volle omvang gaande.
 
 

dinsdag 11 februari 2025

Koos van Zomeren (2021): Aan de dijk. Herwijns dag- en fotoboek.

 


Dit boek is inderdaad een dagboek en een fotoboek. Het dagboek is van de schrijver Koos van Zomeren, die een hele lijst van boekuitgaven op zijn naam heeft staan, variërend van dichtbundels, romans, thrillers, essays, columns. In de vorm van een dagboek beschrijft hij zijn herinneringen aan het leven in het dorp Herwijnen aan de Waal in de Betuwe waar zijn grootouders leefden. 

Op de achterflap staat de volgende typering: "Een mens leeft in de tijdspanne tussen zijn grootouders en zijn kleinkinderen; het hart zou misschien wel langer willen, maar de geest kan niet meer bevatten". De schrijver gaat terug naar Herwijnen naar het buurtschap aan het einde van het dorp, 't Rot, aan de dijk. "Waar iedereen familie was van iedereen. Waar diepe armoede had geheerst en de enig luxe bestond uit de verhalen die er werden verteld. Het is net als met orchideeën - de mooiste verhalen komen van de armste grond".

Het tweede gedeelte van het boek bestaat uit foto's. Heel mooie oude zwart-wit foto's gedocumenteerd met een plattegrond van de noordkant van de Waal en een schematische overzicht met nummers en namen van de bewoners. Een prachtig document.



Peter van Vlerken (2023): Zwarte kersen.

 


De schrijver heeft gekozen voor de romanvorm. Dat wil zeggen dat sommige gebeurtenissen autobiografisch zijn en hij dus put uit zijn eigen herinneringen. Voorts dat hij de verhalen een eigen invulling heeft gegeven. De verhalen worden verteld door Maria, de tante van de schrijver, die haar leven deelt met haar Piet. Begin jaren vijftig trouwen ze en gaan ze inwonen bij de ouders van Piet. Een fijne toekomst tegemoet. Maar de tragiek van het verhaal is dat Maria geen kinderen kan krijgen en dus geen zoon die de boerderij van Piet kan voortzetten.

"Zwarte kersen is een nieuwe, grondig gewijzigde uitgave van de in 2020 in eigen beheer van de auteur verschenen roman De zwarte kersen van Maria", staat in de Verantwoording achterin het boek. En voorts: "Het kan zo zijn dat lezers personages, situaties en gebeurtenissen herkennen in deze roman. Het kan ook zo zijn dat zij zich vergissen". Maar er staat voor iemand die in de jaren vijftig van de vorige eeuw in een (voornamelijk agrarisch) dorp is opgegroeid veel herkenbaars in. 

- De boeren ploegden het land met hun 'Belse Knollen'.  
- Wassen deden de mensen toen in de slaapkamer met water uit de lampetkan die in een waskom werd gegoten. Of eenmaal in de week een grote wasbeurt in de keuken in een zinken teil voor de kachel in de winter. Een douche of badkamer bestond in de boerderijen van toen nog niet.
- 's-Middags werd er warm gegeten: soep, aardappelen, vlees en groenten. De hond at met de pot mee wat erover was: aardappelen met jus en vleesresten als die er waren.
- De jaarlijkse kersenpluk van 'De Mierlose Zwarte': een eigen kersensoort. Mierlo stond bekend als het kersendorp. Jaarlijks was er een kersenoogstfeest met een optocht door het dorp. En een wielerronde de kersenronde genoemd.
- De pastoor kwam op bezoek om te informeren naar de gezinsuitbreiding die er niet was. Of om één van de ouders van Piet de laatste sacramenten toe te dienen.
- De wekelijkse gang naar de R.K. kerk in het dorp.
- Jaarlijks op rattenjacht met de hond en de mannen gewapend met een riek of gaffel.
- Kippen werden geslacht als ze geen eieren meer legden.
- Stropen op hazen en konijnen door het plaatsen van strikken van ijzerdraad. Waarna de buit werd geslacht, klaargemaakt en opgegeten: een lekkernij. Met kerstmis stond er traditioneel haas of konijn op het menu.
- Een vaste avond in de week kwamen de kaartvrienden op bezoek om te rikken.

Het boek wordt omschreven als een ode aan het boerenleven zoals dat was, en dan met name van de boerin. Voorts een beschrijving van de teloorgang van het oude boerenbedrijf en daarmee ook de leefgewoonten uit de vergane tijden. Verteld met een zekere weemoedigheid: de ruilverkaveling, de komst van de tractor, de mechanisatie, de schaalvergroting. Piet en Maria maken de vernieuwingen niet meer mee, zij blijven hangen in hun oude leefwijze en met hen verdwijnt ook hun boerenbedrijf. Het leven was ook harder, zowel voor de mensen als voor de dieren. 


zondag 22 december 2024

Anton van Oirschot en Pieter Anton van Gennip (1982, redactie): Optocht in Brabant. Over optochten, stoeten en processies in het algemeen en de Brabantse Dag in het bijzonder.




 

Een boek over de Brabantse Dag in Heeze ter ere van 25 Jaar Brabantse Dag in 1982. Het boek bestaat uit drie hoofstukken. Hoofdstuk I is geschreven door Pieter Anton van Gennip en is een filosofische beschouwing over stoeten, zoals begrafenisstoet, stille tocht of stoet ter herdenking, protestdemonstratie, processie (R.K.), bruiloftstoet, militaire mars, stoeten van schuttersgilden, fanfares en harmonieën, bedevaarttochten, bloemencorso's, en feestelijke optochten zoals de optocht op de Brabantse Dag.

Hoofstuk II geschreven door Jace van de Ven bespreekt de Brabantse Dag-optocht en de personen die de optocht mogelijk maken: de wagenbouwers. Hoe het begon met een boerenoptocht en uitgroeide tot een meerdaagse Brabantse culturele manifestatie van naam en faam. De enorme inzet van de vele vrijwilligers wordt besproken en de functie van het samenwerken aan een wagen en het toneelspel tijdens de optocht, met alle voorbereidingen die dat vergt, schept en onderhoudt de gemeenschapszin.

Hoofdstuk III is geschreven door Anton van Oirschot met als titel: Dag van de Brabanders. Impressies en een bloemlezing van 25 Jaar Brabantse Dag. Het boek wordt afgesloten met de muziek en tekst van een ballade voor de Brabantse Dag met de titel: ROES.

In Heeze ben ik geboren en getogen. Ik heb één keer als figurant meegedaan aan de optocht, in 1965 (8e Brabantse Dag) toen het thema 'Heksen en Spoken; Sagen en Legenden' was.


maandag 3 juni 2024

Kitty Verrips-Roukens (1982): Over heren en boeren. Een Sallands landgoed 1800-1977.


De schrijfster heeft onderzoek gedaan naar de geschiedenis van een landgoed in Salland in de provincie Overijssel. Zij noemt het landgoed 'Eeckeren', maar degene die even op internet zoekt komt al gauw de naam van het landgoed tegen: Vilsteren gelegen tussen Dalfsen en Ommen, behorend tot de gemeente Ommen. Het landgoed bestaat uit ruim 1000 hectaren en omvat ook het gelijknamige dorp Vilsteren.
Haar boek is een z.g. historisch antropologische studie en beschrijft het landgoed, haar bewoners en hun onderlinge verhoudingen vanaf 1800 tot 1977. In drie delen "ingegeven door veranderingen in de wijze waarop het landgoed werd beheerd". 
Deel Een: 1800-1880
Deel Twee: 1880-1940
Deel Drie: 1945-1977

Ieder deel bestaat uit vier hoofdstukken, waarin voor iedere periode telkens dezelfde thema's behandeld worden. Deze thema's zijn: 
1. de ontwikkeling van het beheer van het bezit en de levensloop van de grootgrondbezitters;
2. de landbouw en het werk op de boerenbedrijven;
3. de ontwikkeling van de verhouding tussen pachters en eigenaren;
4. de ontwikkeling van de dorpsgemeenschap.

Aan Deel Twee is toegevoegd de periode van de bezetting waarin in 1941 het z.g. Pachtbesluit werd ingevoerd door de bezetter. Aan Deel Drie is toegevoegd een Samenvatting en besluit.

Bijzonder van het landgoed en dorp is dat het een Rooms-Katholieke gemeenschap is in een Protestantse omgeving. Er is een R.K. parochie gevestigd die in 1977 meer dan 800 parochianen telde.



    Dorp Vilsteren


    Landgoedhuis Vilsteren

 

donderdag 15 februari 2024

Chris van Esterik (2003): Een jongen van het dorp. Honderd jaar Ingen, een dorp in de Betuwe.

 


"Chris van Esterik werd in 1949 geboren in het café van Ingen, een dromerig dorp aan de Rijn vol fruitbomen, midden in de Betuwe. Op zijn twintigste vertrok hij naar Amsterdam, maar nooit verdween het dorp uit zijn hart. Twee jaar geleden ging Van Esterik weer in Ingen wonen om Een jongen van het dorp te schrijven. Hij wilde weten hoe de modernisering tussen 1900 en 2000 het dorp, het landschap en dorpsbewoners veranderde, welke zegeningen de moderne tijd bracht en wat erdoor verloren ging. Van Esterik dook de archieven in en voerder in het dialect tietallen gesprekken met de dorpsbewoners; van de herenboer tot de boerenknecht, en van het dienstmeisje tot de import uit de stad, die dit dorp als landelijke idylle ontdekte. De geschiedenis van het dorpscafé loopt als een van de rode draden door het boek".

"Het verhaal is exemplarisch voor de manier waarop de twintigste eeuw het Nederlandse dorp en het dorpsleven veranderde. Het boek toont de stedeling het onbekende platteland en laat de dorpeling het hedendaagse dorp en de oude, verdwenen wereld zien". (citaat: achterflap van het boek).

Het boek bestaat uit twee delen: 

DEEL I TRAAG DOOR ONEINDIG LAAGLAND, 1900-1945.

DEEL II JACHTIGE TIJDEN, 1945-2000.


maandag 5 februari 2024

Manon Sikkel en Marion Witter (2007): Domweg gelukkig op het platteland.

 


In dit boek komen stadsmensen aan het woord: Stadsmensen over het buitenleven. Personen die verhuisd zijn van de stad naar het platteland. Door de schrijvers zijn achttien mensen geïnterviewd, die zich hebben gevestigd in een dorp; achttien persoonlijke verhalen. Het boek is een verslag van deze gesprekken. Dorpen uit de volgende provincies komen voorbij: Zuid-Holland, Drenthe, Overijssel, Limburg, Noord-Holland, Zeeland, Groningen Gelderland, Flevoland en Friesland. 

Er zijn mensen bij die de stad ontvluchten; er zijn mensen die een boerenbedrijf beginnen of overnemen, of die door een huwelijk naar het platteland verhuizen; mensen die na een werkzaam leven terugkeren naar het dorp of de streek waar men geboren getogen is; hoogopgeleiden die kiezen voor het wonen op een landgoed; één persoon die zich stadsmens blijft voelen en (nadat de kinderen zijn uitgevlogen) terug naar de stad verhuist; mensen die door de week genieten van het buitenleven en in het weekend van de stad; mensen die kiezen voor een alternatieve groepsboerderij.

Enkele hoofstukken worden gewijd aan algemene onderwerpen, zoals een hoofdstuk met enige statistische gegevens over het platteland; een plattelandsgids met een ware 'inburgeringscursus' voor stedelingen die naar het platteland verhuizen.


woensdag 6 september 2023


 

"Hoe God verdween uit Jorwerd is de inmiddels klassieke biografie van een dorp tijdens de stille revolutie tussen 1945 en 1995. Hij vertelt het verhaal van de boeren en het geld, van de kleine winkeliers en de oprukkende stad, van de kerktoren die instortte en de import die niet meer groette, van de natuur die terugkeerde en tegelijk verdween". 





dinsdag 5 september 2023

Wiel Kusters (2012): In en onder het dorp. Mijnwerkersleven in Limburg.



Dit boek is geschreven in opdracht van stichting 'De koempel verhaalt'. Er zijn ook gedichten in opgenomen en het is rijk geïllustreerd met foto's. Het boek bestaat uit drie delen: Peilingen, Een wandeling en Naschrift. Gedeeltelijk autobiografisch over de familiegeschiedenis van de schrijver en de herinneringen uit zijn jeugd in Spekholzerheide: vroeger een zelfstandig dorp, later opgenomen in de gemeente Kerkrade.

maandag 4 september 2023

Kees Kooman (2015): Boerenbloed. Melkquota, megastallen en het verdwenen idyllische platteland.


Aan de hand van de verhalen van verscheidene boeren wordt de ontwikkeling van het platteland beschreven. de gelukkige boer, de moderne boer, de ongeduldige boer, de biologische boer, de tegendraadse boer, en de ambitieuze boer. Allen boeren uit het Friese dorpje Ee, waar de schrijver ook woont. Verhalen over boeren en hoe die verschillend omgaan met de ontwikkelingen in de agrarische sector, de modernisering, de schaalvergroting, de toenemende regelgeving vanuit Brussel en vanuit Den Haag. De verhalen worden afgewisseld met beschouwingen over landbouwbeleid. 


donderdag 31 augustus 2023

Riky Schut-Hakvoort (2015): De kroniek van een boerenleven. Zoals men zaait zo zal men oogsten.


In de rubriek Familiegeschiedenis begin ik met het boek van Riky Schut-Hakvoort. Een chronologisch opgebouwd en goed gedocumenteerd verhaal over het boerenleven van Riky en haar man Jan Schut. Aanvankelijk willen zij graag een boerderij in de Flevopolder beginnen, maar zij worden daarvoor niet uitgekozen. Na deze tegenslag kunnen zij een boerderij pachten in Lottum, een dorp in Noord-Limburg aan de Maas. Lottum staat bekend als het 'rozendorp' vanwege de vele rozentelers in en om het dorp. Zij pachten hun boerderij van de familie van de Voordt, de eigenaren en bewoners van het kleinste kasteel in ons land, De Borggraaf. Riky is een ontwikkelde vrouw die bij de zusters Ursulinen in Posterholt op kostschool de opleiding landbouwhuishoudlerares heeft gevolgd en met de akte NXIX afgesloten. Later in haar leven ontwikkelt zij zich als belangenbehartiger voor de boerinnenbelangen.


woensdag 30 augustus 2023

Wim Daniëls (2019): Het dorp. Een geschiedenis.


 

Een prachtig boek over dorpen, waarin vele aspecten van het dorpse leven aan bod komen. Boeren in het dorp, de dorpskerk, dorpscafé, dorpsfiguren, dorpsdokter, dorpsschool, dorpsondernemers, dorpsdrama's, dorpspolitiek, dorpskermis, dorpse tradities. Vlot geschreven en goed gedocumenteerd (helaas ontbreekt een bronnen overzicht) en gelardeerd met eigen ervaring en herinneringen. En nostalgisch zoals in het lied Het Dorp van Wim Sonneveld. Een heimwee naar 'de goede oude tijd'.

 

Dorothee Goosen en André Leijssen (1983): Leefbaarheidsonderzoek Siebengewald.


 

Eind jaren 70 en begin jaren 80 van de vorige eeuw werd door SSO-NL in nagenoeg alle kleine dorpen in Noordelijk Limburg een zogenaamd leefbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Samen met collega Dorothee Goosen heb ik het onderzoek in het dorp Siebengewald gedaan. Met behulp van een onderzoeksgroep samengesteld uit inwoners van Siebengewald.

Na het onderzoek is er door ons nog een gevolg gegeven met een bijeenkomst in Siebengewald waar alle inwoners waren uitgenodigd. Op een drukbezochte avond hebben we toelichting gegeven op het onderzoeksrapport.  

Sjang Hoeijmakers (1988): die goeie ouwe tijd. het leven in een peeldorp omstreeks 1900.

 


De schrijver van 'die goeie ouwe tijd' is in 1911 te Horst geboren. In 1937 verhuist het gezin Hoeijmakers naar Elsendorp in de Brabantse Peel onder Gemert. "Mijn moeder, mijn jongste zus Drika, mijn jongste broer Bert en ik". Het grootste deel van het boek gaat daarom over de herinneringen van de schrijver over zijn jeugd in Horst. Het boek geeft een beeld "van het leven op het platteland in de omgeving van Horst en in een ontginningsdorp in de Peel in de periode van de eeuwwisseling tot aan de Tweede Wereldoorlog". Met verhalen over opmerkelijke personen en de persoonlijke belevenissen van de schrijver.

W.J.H. Sprott (1958): Human Groups.


 

Deze studie heeft als onderwerp de 'kleine groep'. De schrijver bespreekt de volgende permanente kleine groepen: de familie (gezin), het dorp en de buurt. Centraal kenmerk van deze groepen is dat personen in deze groepen leven: zij wonen er, slapen er, eten er. Als vanzelf vindt er onderlinge face-to-face interactie plaats. Andere kleine groepen hebben veelal een bepaald doel waarop men zich richt, zoals een afdelingsteam in een arbeidsorganisatie of clubs met een recreatief doel. In hoofdstuk 5 komt het dorp aan bod. De inhoud is nogal gedateerd (1958). Wat wel wordt vernoemd in dit hoofdstuk, dat gebaseerd is op studies van dorpsgemeenschappen, is dat het leven in deze gemeenschappen niet zo idyllisch is als wel eens wordt voorgespiegeld. Er is ook in deze dorpsgemeenschappen sprake van conflicten, jaloezie, klassenverschillen, ondergeschiktheid en elite. 

dinsdag 29 augustus 2023

Marga Kool (2006): Een kleine wereld. Terug naar het dorp van mijn ouders.



Er zijn ook andere boeken over het dorp dan de wetenschappelijke. Zo heeft Marga Kool een roman geschreven over haar herinneringen aan het dorp waar ze opgroeide. "In 'Een kleine wereld' schetst Marga Kool met veel gevoel het plattelandsleven in het Nederland van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het verhaal van een jeugd in Drenthe ontroert en geeft tegelijk een realistisch beeld van een bestaan dat overzichtelijk, maar ook hard kan zijn".


Wim Sonneveld (1965): Het dorp.


 

Het dorp is eigenlijk een nostalgisch onderwerp. Het doet mij terugdenken aan het dorp waar ik ben geboren en opgegroeid. Zoals het toen was, leek de wereld nog zo gewoon en ongecompliceerd. In het lied van Wim Sonneveld bezingt hij dat idyllische dorp waar hij aan terugdenkt; eenvoudig, landelijk en lieflijk. Hieronder de tekst van het lied en een link naar YouTube.

Het Dorp (Wim Sonneveld)
 
Thuis heb ik nog een ansichtkaart
waarop een kerk een kar met paard
een slagerij J. van der Ven.
Een kroeg, een juffrouw op de fiets
het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets,
maar 't is waar ik geboren ben.
Dit dorp, ik weet nog hoe het was,
de boerenkinderen in de klas,
een kar die ratelt op de keien,
het raadhuis met een pomp ervoor,
een zandweg tussen koren door,
het vee, de boerderijen.
 
Refrein:
En langs ‘t tuinpad van m'n vader
zag ik de hoge bomen staan.
Ik was een kind en wist niet beter,
dan dat ‘t nooit voorbij zou gaan.
 
Wat leefden ze eenvoudig toen
in simpele huizen tussen groen
met boerenbloemen en een heg.
Maar blijkbaar leefden ze verkeerd,
het dorp is gemoderniseerd
en nou zijn ze op de goeie weg.
Want ziet, hoe rijk het leven is,
ze zien de televisiequiz
en wonen in betonnen dozen,
met flink veel glas, dan kun je zien
hoe of het bankstel staat bij Mien
en d'r dressoir met plastic rozen.
 
Refrein:
En langs ‘t tuinpad van m'n vader
zag ik de hoge bomen staan.
Ik was een kind en wist niet beter,
dan dat ‘t nooit voorbij zou gaan.
 
De dorpsjeugd klit wat bij elkaar
in minirok en beatle-haar
en joelt wat mee met beatmuziek.
Ik weet wel, ‘t is hun goeie recht,
de nieuwe tijd, net wat u zegt,
maar het maakt me wat melancholiek.
Ik heb hun vaders nog gekend
ze kochten zoethout voor een cent
ik zag hun moeders touwtjespringen.
Dat dorp van toen, het is voorbij,
dit is al wat er bleef voor mij:
een ansicht en herinneringen.
 
Toen ik langs ‘t tuinpad van m’n vader
de hoge bomen nog zag staan.
Ik was een kind, hoe kon ik weten
dat dat voorgoed voorbij zou gaan.
-----------------------------------------------

https://youtu.be/C8Ff5OEUzd8


maandag 28 augustus 2023

Bernard van Dam (1972): Oud-Brabants dorpsleven. Wonen en werken op het Brabantse platteland.

 



In de reeks 'Kultuurhistorische Verkenningen in De Kempen' is in 1972 Deel IV verschenen en uitgegeven door de Stichting Brabants Heem. Het boek is een bundeling van de artikelen die van Dam heeft geschreven in diverse heemkunde tijdschriften. Het boek bestaat uit twee delen.

Deel I: Boerderijen, boerenbedrijf en boerengereedschap, oude ambachten: Een nagenoeg compleet overzicht van alle werkzaamheden in en om de boerderij, de gereedschappen die gebruikt werden, de inzet van dieren op de boerderij. De volgende werkzaamheden passeren de revue: mest maken; bemesten; ploegen; eggen; zaaien; oogsten; dorsen; slachten; grasmaaien. De werkers op de boerderij worden besproken: de boer; de boerin; de boerenknecht; de dienstmeid. Ook de nevenwerkzaamheden komen aan bod: bijenhouden; stroperij; jagen; naar de markt. Tot slot volgen de aanverwante oude ambachten: de molenaar (de man die leeft van de wind); de timmerman; de smid; de koperslager; de klompenmaker; de rietdekker/strodekker; de slachter; de bierbrouwer; de kuiper; de bakker.

Deel II: Volksgebruiken: rondtrekkend volk; de dorpskermis; de beugelbaan; Vastenavond; Pasen; de 'omgang' van meneer pastoor; bruiloften; sterven en begraven. 

Omdat het boek een bundeling van artikelen is komen de verschillende onderwerpen als een bonte stoet aan de lezer voorbij.  

zondag 27 augustus 2023

Jo Boer (1975): Dorp in Drenthe.

 


Uiteraard was op SSO-NL het handboek van Jo Boer (1968): Opbouwwerk bekend. Zij was één van de eersten in ons land die de methode van opbouwwerk in de praktijk bracht. In de provincie Drenthe. In 1975 verscheen van haar hand het boek Dorp in Drenthe over de gemeente Zweeloo over de periode 1930-1970. Dit boek omvat een beschrijving van de veranderingen in een dorpsgemeenschap op woon- en werkgebied, agrarische bedrijvigheid, gezinsleven, onderwijs, kerk en godsdienst, gezondheidszorg, recreatie en bestuur. Het 2e deel van haar boek is beschouwend van aard en tracht een verklaring te geven van de veranderingen in de gemeente Zweeloo.


J.P. Groot (1974): Het kleine dorp. Overlevingskansen van en perspectieven voor dorpen en buurtschappen in Nederland.

 


Ook in 1974 is verschenen het boek van J.P. Groot (1974): Het kleine dorp, dat ook een bewerking is van het proefschrift van de auteur. In deel 1 van het boek wordt in een hoofdstuk de bevolkingsontwikkeling van kleine plattelandskernen behandeld en de verzorgingsfunctie van kleine dorpen. In deel 2 komen onderwerpen aan bod als schaalvergroting, leefbaarheid en dorpsbinding.