dinsdag 15 april 2025

Truska Bast (2017): Uw wil geschiede. Kinderen op katholieke kostscholen.

 


Nog een boek over kostscholen. Zowel kostscholen voor meisjes als voor jongens. Dit boek is geschreven nadat de commissie Deetman haar onderzoeken had gepubliceerd over het seksueel misbruik op rooms-katholieke kostscholen en internaten. Ik noem deze onderzoeksrapporten hier:
- Wim Deetman e.a. (2011): Seksueel misbruik van minderjarigen in de rooms-katholieke kerk.
- Wim Deetman (2013): Seksueel misbruik van en geweld tegen meisjes in de rooms-katholieke kerk.

De inhoudsopgave van dit boek:

  1. Voorland
  2. Een andere wereld
  3. Niets is nog van jou
  4. 't Groote geluk der Roomsche blijdschap
  5. Een gezond lichaam
  6. Wees steeds op je hoede
  7. Over de muur
  8. De kracht van verbeelding
In tegenstelling tot het voorgaande boek, is dit boek een meer systematische behandeling van de problematiek van het leven in een katholieke kostschool. Er wordt gezocht naar verklaringen voor dit verschijnsel. Zoals de schrijfster in haar 'Woord vooraf' zegt: "Ook wilde ik die verhalen toetsen aan dat wat historici, sociologen en (trauma)psychologen over het onderwerp hadden geschreven". Zij toetst haar beschouwingen met name aan de studie, gepubliceerd in 1961, van de Canadese socioloog Erving Goffman met zijn begrip 'totale instituties'. Dit zijn instellingen waarin een relatief kleine staf het leven van 'inmates' (groot in aantal) beheersen, zoals daar zijn: kloosters, kostscholen, internaten, psychiatrische instellingen, concentratiekampen, gevangenissen, militaire kazernes, verpleeghuizen, blindeninstituten, weeshuizen, instituten voor doven. Deze instituties zijn (of waren) veelal afgesloten van de 'buitenwereld' waar het 'werkelijke' leven zich afspeelde. 


Daniëlle Hermans en Esther Verhoef (2014): Stil in mij. Overleven bij de nonnen.

 


Dit boek bevat een verslag van de interviews die zijn gehouden met 21 vrouwen over "hun aangrijpende jeugdervaringen in instellingen waar zij aan de zorgen van nonnen waren toevertrouwd. In veel gevallen waren seksuele mishandeling en fysiek en psychisch geweld aan de orde van de dag. Met het doorbreken van hun stilzwijgen laten deze vrouwen de buitenwereld weten wat zich decennialang achter de gesloten deuren van de Nederlandse katholieke internaten en weeshuizen heeft afgespeeld".

Aan het woord komen (met geboortejaar tussen haakjes): Joske en Mietie (1938), Yvonne (1934), Lies (1952), Mariëlle (1955), Bep (1942), Gonny (1949), Sanne (1960), Jeanny (1948), Fietje (1964), Eva (1942), eLS (1943), Joke (1947), Merapi (1947), Willy (1946), Marly (1952), Johanna (1966), Jo (1941), Miriam (1946),, Thérèse (1956), Joan (1946) en Janne-Martha (1955).

Het zijn allemaal stuk voor stuk gruwelijke verhalen van straffen die dagelijks voorkwamen: slaan, schoppen, knijpen in schaamlippen, dagenlang eenzame opsluiting, vernedering ook voor de groep, gedwongen het eigen braaksel op te eten. Soms geven de verhalen van deze vrouwen blijk van sadistisch handelen van de daders. Het leven van veel meisjes in een internaat of kostschool was voor hen een ware hel, waar zij niet uit konden ontsnappen.


zondag 13 april 2025

Jos Perry (1991): Jongens op kostschool. Het dagelijks leven op Katholieke Jongensinternaten.

 


In het Rijke Roomsche Leven was er een strikte scheiding tussen jongens en meisjes. Dat was de katholieke moraal uit die tijd. Dus gingen de meisjes naar een kostschool voor meisjes die gerund werd door nonnen. De jongens gingen naar een kostschool voor jongens die gerund werd door broeders of priesters. De scheiding was er ook in het gewone lager en voortgezet onderwijs: je had een meisjesschool en een jongensschool; en een meisjesmulo en een jongensmulo. Op de huishoudschool werden geen jongens toegelaten, op de ambachtsschool werden geen meisjes toegelaten.

Jos Perry schreef een boek over 'Jongens op kostschool'. Ook hier was het regiem streng gebaseerd op de drie R's: Rust, Reinheid en Regelmaat. De inhoud bestaat uit de volgende hoofdstukken:

  1. Het huis uit
  2. De nieuwe omgeving
  3. Een doorsnee dag
  4. Het oog van God
  5. School en studie
  6. De vrije uren
  7. Orde en tucht
  8. Leven in de groep
  9. Waar vriendschap en liefde is
  10. Achteraf
Een groot deel van de meisjes op meisjeskostscholen werden gerekruteerd om zelf non te worden. Voor jongens was een kostschool het voorportaal voor een priesteropleiding. Meer dan de helft van de jongenskostscholen waren klein-seminaries, waarna ze hun priesteropleiding konden voortzetten op het groot-seminarie. Wim Daniëls noemde de Mulo de carrièreschool voor het 'gewone' volk. Echter voor menigeen was het klein-seminarie ook een opstap tot hogerop: "Feit is dat door deze ontwikkeling in Nederland tal van jongens uit groepen waar studeren absoluut ongewoon was, zoals boeren, arbeiders en kleine middenstanders, een gymnasiale opleiding hebben kunnen volgen en zo toegang kregen tot studies en beroepen waarvan hun ouders en grootouders de namen niet eens konden uitspreken".
De jongens werden op de lagere school door de pastoors uitgezocht; kon men goed leren dan werd een bezoek gebracht aan de ouders om te polsen of een klein-seminarie iets was voor hem. Veelal waren deze jongens al misdienaar geweest en kenden zij de sfeer van de kerkdiensten, het latijn en de liturgie.

Heel even wordt het mogelijke misbruik van broeders en priesters in hoofdstuk 9 aangestipt. "Niet alleen oudere leerlingen hadden hun pupillen, hun jongere vriendjes, ook sommige surveillanten en leraren hadden ze". Pas later zou de omvang en de gevolgen daarvan in de publiciteit komen en zou daar onderzoek naar worden gedaan.

zondag 6 april 2025

Marieke Hilhorst (1989): Bij De Zusters Op Kostschool. Geschiedenis van het dagelijks leven van meisjes op Rooms-Katholieke pensionaten in Nederland en Vlaanderen.

 


De periode van 1900 tot ongeveer 1970 wordt in Rooms-Katholieke kring wel de periode van het Rijke Roomsche Leven genoemd. De emancipatie van het katholieke volksdeel, reeds in de 19e eeuw begonnen, beleefd in die periode haar bloei. Wie als kind in een katholiek gezin werd geboren trof een wereld aan die geheel in het teken stond van het katholieke geloof en haar instellingen. Ik ben geboren vier jaren na het einde van de 2e wereldoorlog in een katholiek gezin in Heeze, provincie Noord-Brabant. Binnen de katholieke zuil waren alle instellingen en organisaties katholiek: de kleuterschool, de lagere school, de Mulo, de hbs en de universiteit (Katholieke Hogeschool te Tilburg en Katholieke Universiteit te Nijmegen). Ook de verkennersgroep St. Nicasius, waar ik lid van was (opgericht op 2 april 1952), de R.K. kerk uiteraard, de z.g. standsorganisaties, waarin arbeiders, vrouwen, middenstanders, werkgevers, boeren en tuinders waren georganiseerd. De vrije tijds organisaties voor jongeren: KPJ (Katholieke Plattelandsjongeren), KAJ (Katholieke Arbeidersjeugd) later KWJ (Katholieke Werkende Jongeren), KJMV (Katholieke Jonge MiddenstandsVereniging).

Op de hbs waren er z.g. 'internen' en 'externen': de internen gingen naar het internaat of kostschool waar zij naast de school ook kost en inwoning genoten. Toen ervaarden wij (de externen) hen als een apart soort leerlingen. Hun ouders konden zich het financieel veroorloven hun kind(eren) naar een kostschool te sturen. In de hoogtijdagen (1950-1970) van het Rijke Roomsche Leven telde de provincie Noord-Brabant bijna honderd onderwijsinternaten of kostscholen.

Er waren kostscholen voor meisjes en kostscholen voor jongens. In haar boek 'Bij de zusters op kostschool' beschrijft Marieke Hilhorst het dagelijks leven op de kostscholen voor meisjes. Het regiem was meestal zeer streng. Sommige kinderen konden zich aanpassen aan de tucht en huisregels, anderen hebben daar slechte herinneringen aan. In de volgende hoofdstukken wordt het kostschoolleven beschreven:

  1. Deftige meisjes en burgerdochters
  2. Een geïsoleerde opvoeding
  3. Een streng en gedisciplineerd leven
  4. 'Heer, geef mij alstublieft geen roeping!'
  5. Deugd en zonde
  6. Leven in een groep
  7. 'Niet met z'n tweeën: daar loopt de duivel tussen!' 
  8. En daarna?

Het BHCI (= Brabants Historisch Informatie Centrum) heeft op een afzonderlijke website de Brabantse kostscholen op een rij gezet: "Wierook, Wijwater & Worstenbrood. Het Rijke Roomsche Leven in Brabant 1900-1970". Met een artikel: Hemel of hel: op kostschool. (https://wierookwijwaterenworstenbrood.nl/ontdekken/ons-brabant/rk-internaten). Niet voor iedereen was het kostschoolleven een fijne ervaring; menigeen heeft er trauma's aan overgehouden en een afkeer van de R.K. kerk en haar dienaren.