zondag 6 april 2025

Marieke Hilhorst (1989): Bij De Zusters Op Kostschool. Geschiedenis van het dagelijks leven van meisjes op Rooms-Katholieke pensionaten in Nederland en Vlaanderen.

 


De periode van 1900 tot ongeveer 1970 wordt in Rooms-Katholieke kring wel de periode van het Rijke Roomsche Leven genoemd. De emancipatie van het katholieke volksdeel, reeds in de 19e eeuw begonnen, beleefd in die periode haar bloei. Wie als kind in een katholiek gezin werd geboren trof een wereld aan die geheel in het teken stond van het katholieke geloof en haar instellingen. Ik ben geboren vier jaren na het einde van de 2e wereldoorlog in een katholiek gezin in Heeze, provincie Noord-Brabant. Binnen de katholieke zuil waren alle instellingen en organisaties katholiek: de kleuterschool, de lagere school, de Mulo, de hbs en de universiteit (Katholieke Hogeschool te Tilburg en Katholieke Universiteit te Nijmegen). Ook de verkennersgroep St. Nicasius, waar ik lid van was (opgericht op 2 april 1952), de R.K. kerk uiteraard, de z.g. standsorganisaties, waarin arbeiders, vrouwen, middenstanders, werkgevers, boeren en tuinders waren georganiseerd. De vrije tijds organisaties voor jongeren: KPJ (Katholieke Plattelandsjongeren), KAJ (Katholieke Arbeidersjeugd) later KWJ (Katholieke Werkende Jongeren), KJMV (Katholieke Jonge MiddenstandsVereniging).

Op de hbs waren er z.g. 'internen' en 'externen': de internen gingen naar het internaat of kostschool waar zij naast de school ook kost en inwoning genoten. Toen ervaarden wij (de externen) hen als een apart soort leerlingen. Hun ouders konden zich het financieel veroorloven hun kind(eren) naar een kostschool te sturen. In de hoogtijdagen (1950-1970) van het Rijke Roomsche Leven telde de provincie Noord-Brabant bijna honderd onderwijsinternaten of kostscholen.

Er waren kostscholen voor meisjes en kostscholen voor jongens. In haar boek 'Bij de zusters op kostschool' beschrijft Marieke Hilhorst het dagelijks leven op de kostscholen voor meisjes. Het regiem was meestal zeer streng. Sommige kinderen konden zich aanpassen aan de tucht en huisregels, anderen hebben daar slechte herinneringen aan. In de volgende hoofdstukken wordt het kostschoolleven beschreven:

  1. Deftige meisjes en burgerdochters
  2. Een geïsoleerde opvoeding
  3. Een streng en gedisciplineerd leven
  4. 'Heer, geef mij alstublieft geen roeping!'
  5. Deugd en zonde
  6. Leven in een groep
  7. 'Niet met z'n tweeën: daar loopt de duivel tussen!' 
  8. En daarna?

Het BHCI (= Brabants Historisch Informatie Centrum) heeft op een afzonderlijke website de Brabantse kostscholen op een rij gezet: "Wierook, Wijwater & Worstenbrood. Het Rijke Roomsche Leven in Brabant 1900-1970". Met een artikel: Hemel of hel: op kostschool. (https://wierookwijwaterenworstenbrood.nl/ontdekken/ons-brabant/rk-internaten). Niet voor iedereen was het kostschoolleven een fijne ervaring; menigeen heeft er trauma's aan overgehouden en een afkeer van de R.K. kerk en haar dienaren.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten