In het Rijke Roomsche Leven was er een strikte scheiding tussen jongens en meisjes. Dat was de katholieke moraal uit die tijd. Dus gingen de meisjes naar een kostschool voor meisjes die gerund werd door nonnen. De jongens gingen naar een kostschool voor jongens die gerund werd door broeders of priesters. De scheiding was er ook in het gewone lager en voortgezet onderwijs: je had een meisjesschool en een jongensschool; en een meisjesmulo en een jongensmulo. Op de huishoudschool werden geen jongens toegelaten, op de ambachtsschool werden geen meisjes toegelaten.
Jos Perry schreef een boek over 'Jongens op kostschool'. Ook hier was het regiem streng gebaseerd op de drie R's: Rust, Reinheid en Regelmaat. De inhoud bestaat uit de volgende hoofdstukken:
- Het huis uit
- De nieuwe omgeving
- Een doorsnee dag
- Het oog van God
- School en studie
- De vrije uren
- Orde en tucht
- Leven in de groep
- Waar vriendschap en liefde is
- Achteraf
Een groot deel van de meisjes op meisjeskostscholen werden gerekruteerd om zelf non te worden. Voor jongens was een kostschool het voorportaal voor een priesteropleiding. Meer dan de helft van de jongenskostscholen waren klein-seminaries, waarna ze hun priesteropleiding konden voortzetten op het groot-seminarie. Wim Daniëls noemde de Mulo de carrièreschool voor het 'gewone' volk. Echter voor menigeen was het klein-seminarie ook een opstap tot hogerop: "Feit is dat door deze ontwikkeling in Nederland tal van jongens uit groepen waar studeren absoluut ongewoon was, zoals boeren, arbeiders en kleine middenstanders, een gymnasiale opleiding hebben kunnen volgen en zo toegang kregen tot studies en beroepen waarvan hun ouders en grootouders de namen niet eens konden uitspreken".
De jongens werden op de lagere school door de pastoors uitgezocht; kon men goed leren dan werd een bezoek gebracht aan de ouders om te polsen of een klein-seminarie iets was voor hem. Veelal waren deze jongens al misdienaar geweest en kenden zij de sfeer van de kerkdiensten, het latijn en de liturgie.
Heel even wordt het mogelijke misbruik van broeders en priesters in hoofdstuk 9 aangestipt. "Niet alleen oudere leerlingen hadden hun pupillen, hun jongere vriendjes, ook sommige surveillanten en leraren hadden ze". Pas later zou de omvang en de gevolgen daarvan in de publiciteit komen en zou daar onderzoek naar worden gedaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten