De schrijver Hugo Hoes is de jongste uit een gezin van acht kinderen. Vader Jacques, van beroep leraar, en moeder Riet hebben er hun handen vol aan. Hoewel vader Jacques, waar mogelijk, zich aan zijn opvoedingstaak weet te onttrekken. Het boek bevat de herinneringen aan zijn jeugd en het opgroeien in een groot gezin. De verhalen worden met ironie verteld, en veelal is de rol van vader onderwerp van een zachte humor. Allerlei onderwerpen komen aan bod die herkenbaar zijn voor het leven in jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. De kermis, Sinterklaas feest, Kerstmis, op bezoek bij oma, carnavalsoptocht, op campagne met vader voor de gemeenteraadsverkiezing, monopoly spelen en geruzie daarover, kamperen op vakantie, trimmen, naar het dierenpark, de hond, kattenkwaad uithalen met de automatiek.
" 'Voilà, la Belgique,' zegt vader, die ook Frans gaf. In werkelijkheid zijn we in Halle op camping de Kappenbulten. Urenlang werden we rondgereden in de Achterhoek om ons het idee van een verre vakantie te geven. Veertig jaar later berekent de routeplanner de afstand tussen huis en camping op exact 13,6 kilometer".
Een vermakelijk boek met vele anekdotes.
-%20Fijne%20familie.jpg)
.jpg)
-%20Anna%20Baronesse%20Bentinck%201902-1989.jpg)