donderdag 14 november 2024

Ursula den Tex (2003): Anna Baronesse Bentinck 1902-1989. Een vrouw van stand.


 

De schrijfster van dit boek, Ursula den Tex (1933), is de dochter van Anna Baronesse Bentinck en jhr. mr. C.J.A. den Tex, die burgemeester is geweest in twee gemeenten. Zij beschrijft het verhaal van haar moeder, een verhaal van standsverschil en moederschap, over de adel en zijn raadselachtige ongenaakbaarheid. Ursula den Tex is journaliste geweest bij het weekblad Vrij Nederland.

De biografie is gebaseerd op de brieven en dagboeken van de moeder, die een "unieke kijk geven op de zeden en gewoonten van een geprivilegieerde stand": de adel. "het verhaal beslaat bijna de hele twintigste eeuw en we zien hoe in oorlog en vrede, in rijkdom en verlies een vrouw haar standvastigheid behoudt". Een "subtiele, intieme en indringende documentaire, niet alleen van een bewogen leven, maar ook over een mensensoort: de echte adellijke mevrouw van weleer".

Op een subtiele wijze wordt ook de opvoeding van de schrijfster zelf beschreven. De kinderen worden 'goede manieren' bijgebracht. Zij leerden Frans spreken en goed en correct Nederlands. Hen werd geleerd zich in gezelschap te gedragen en zich voor te stellen. Hun eigen woordenschat wordt ook wel "het dialect van de adel" genoemd. Je zegt 'grootmama' en 'grootvader' en niet 'oma' en 'opa'. En 'taartje' in plaats van 'gebakje'. Dat laatste woord was voorbehouden aan de burgerij. En de boeren en arbeiders? Die kenden het taartje en gebakje niet, dat was niet voor hen bestemd. En zij spraken een heel ander dialect.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten