donderdag 31 augustus 2023

Riky Schut-Hakvoort (2015): De kroniek van een boerenleven. Zoals men zaait zo zal men oogsten.


In de rubriek Familiegeschiedenis begin ik met het boek van Riky Schut-Hakvoort. Een chronologisch opgebouwd en goed gedocumenteerd verhaal over het boerenleven van Riky en haar man Jan Schut. Aanvankelijk willen zij graag een boerderij in de Flevopolder beginnen, maar zij worden daarvoor niet uitgekozen. Na deze tegenslag kunnen zij een boerderij pachten in Lottum, een dorp in Noord-Limburg aan de Maas. Lottum staat bekend als het 'rozendorp' vanwege de vele rozentelers in en om het dorp. Zij pachten hun boerderij van de familie van de Voordt, de eigenaren en bewoners van het kleinste kasteel in ons land, De Borggraaf. Riky is een ontwikkelde vrouw die bij de zusters Ursulinen in Posterholt op kostschool de opleiding landbouwhuishoudlerares heeft gevolgd en met de akte NXIX afgesloten. Later in haar leven ontwikkelt zij zich als belangenbehartiger voor de boerinnenbelangen.


woensdag 30 augustus 2023

Wim Daniëls (2019): Het dorp. Een geschiedenis.


 

Een prachtig boek over dorpen, waarin vele aspecten van het dorpse leven aan bod komen. Boeren in het dorp, de dorpskerk, dorpscafé, dorpsfiguren, dorpsdokter, dorpsschool, dorpsondernemers, dorpsdrama's, dorpspolitiek, dorpskermis, dorpse tradities. Vlot geschreven en goed gedocumenteerd (helaas ontbreekt een bronnen overzicht) en gelardeerd met eigen ervaring en herinneringen. En nostalgisch zoals in het lied Het Dorp van Wim Sonneveld. Een heimwee naar 'de goede oude tijd'.

 

Dorothee Goosen en André Leijssen (1983): Leefbaarheidsonderzoek Siebengewald.


 

Eind jaren 70 en begin jaren 80 van de vorige eeuw werd door SSO-NL in nagenoeg alle kleine dorpen in Noordelijk Limburg een zogenaamd leefbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Samen met collega Dorothee Goosen heb ik het onderzoek in het dorp Siebengewald gedaan. Met behulp van een onderzoeksgroep samengesteld uit inwoners van Siebengewald.

Na het onderzoek is er door ons nog een gevolg gegeven met een bijeenkomst in Siebengewald waar alle inwoners waren uitgenodigd. Op een drukbezochte avond hebben we toelichting gegeven op het onderzoeksrapport.  

Sjang Hoeijmakers (1988): die goeie ouwe tijd. het leven in een peeldorp omstreeks 1900.

 


De schrijver van 'die goeie ouwe tijd' is in 1911 te Horst geboren. In 1937 verhuist het gezin Hoeijmakers naar Elsendorp in de Brabantse Peel onder Gemert. "Mijn moeder, mijn jongste zus Drika, mijn jongste broer Bert en ik". Het grootste deel van het boek gaat daarom over de herinneringen van de schrijver over zijn jeugd in Horst. Het boek geeft een beeld "van het leven op het platteland in de omgeving van Horst en in een ontginningsdorp in de Peel in de periode van de eeuwwisseling tot aan de Tweede Wereldoorlog". Met verhalen over opmerkelijke personen en de persoonlijke belevenissen van de schrijver.

W.J.H. Sprott (1958): Human Groups.


 

Deze studie heeft als onderwerp de 'kleine groep'. De schrijver bespreekt de volgende permanente kleine groepen: de familie (gezin), het dorp en de buurt. Centraal kenmerk van deze groepen is dat personen in deze groepen leven: zij wonen er, slapen er, eten er. Als vanzelf vindt er onderlinge face-to-face interactie plaats. Andere kleine groepen hebben veelal een bepaald doel waarop men zich richt, zoals een afdelingsteam in een arbeidsorganisatie of clubs met een recreatief doel. In hoofdstuk 5 komt het dorp aan bod. De inhoud is nogal gedateerd (1958). Wat wel wordt vernoemd in dit hoofdstuk, dat gebaseerd is op studies van dorpsgemeenschappen, is dat het leven in deze gemeenschappen niet zo idyllisch is als wel eens wordt voorgespiegeld. Er is ook in deze dorpsgemeenschappen sprake van conflicten, jaloezie, klassenverschillen, ondergeschiktheid en elite. 

dinsdag 29 augustus 2023

Marga Kool (2006): Een kleine wereld. Terug naar het dorp van mijn ouders.



Er zijn ook andere boeken over het dorp dan de wetenschappelijke. Zo heeft Marga Kool een roman geschreven over haar herinneringen aan het dorp waar ze opgroeide. "In 'Een kleine wereld' schetst Marga Kool met veel gevoel het plattelandsleven in het Nederland van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het verhaal van een jeugd in Drenthe ontroert en geeft tegelijk een realistisch beeld van een bestaan dat overzichtelijk, maar ook hard kan zijn".


Wim Sonneveld (1965): Het dorp.


 

Het dorp is eigenlijk een nostalgisch onderwerp. Het doet mij terugdenken aan het dorp waar ik ben geboren en opgegroeid. Zoals het toen was, leek de wereld nog zo gewoon en ongecompliceerd. In het lied van Wim Sonneveld bezingt hij dat idyllische dorp waar hij aan terugdenkt; eenvoudig, landelijk en lieflijk. Hieronder de tekst van het lied en een link naar YouTube.

Het Dorp (Wim Sonneveld)
 
Thuis heb ik nog een ansichtkaart
waarop een kerk een kar met paard
een slagerij J. van der Ven.
Een kroeg, een juffrouw op de fiets
het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets,
maar 't is waar ik geboren ben.
Dit dorp, ik weet nog hoe het was,
de boerenkinderen in de klas,
een kar die ratelt op de keien,
het raadhuis met een pomp ervoor,
een zandweg tussen koren door,
het vee, de boerderijen.
 
Refrein:
En langs ‘t tuinpad van m'n vader
zag ik de hoge bomen staan.
Ik was een kind en wist niet beter,
dan dat ‘t nooit voorbij zou gaan.
 
Wat leefden ze eenvoudig toen
in simpele huizen tussen groen
met boerenbloemen en een heg.
Maar blijkbaar leefden ze verkeerd,
het dorp is gemoderniseerd
en nou zijn ze op de goeie weg.
Want ziet, hoe rijk het leven is,
ze zien de televisiequiz
en wonen in betonnen dozen,
met flink veel glas, dan kun je zien
hoe of het bankstel staat bij Mien
en d'r dressoir met plastic rozen.
 
Refrein:
En langs ‘t tuinpad van m'n vader
zag ik de hoge bomen staan.
Ik was een kind en wist niet beter,
dan dat ‘t nooit voorbij zou gaan.
 
De dorpsjeugd klit wat bij elkaar
in minirok en beatle-haar
en joelt wat mee met beatmuziek.
Ik weet wel, ‘t is hun goeie recht,
de nieuwe tijd, net wat u zegt,
maar het maakt me wat melancholiek.
Ik heb hun vaders nog gekend
ze kochten zoethout voor een cent
ik zag hun moeders touwtjespringen.
Dat dorp van toen, het is voorbij,
dit is al wat er bleef voor mij:
een ansicht en herinneringen.
 
Toen ik langs ‘t tuinpad van m’n vader
de hoge bomen nog zag staan.
Ik was een kind, hoe kon ik weten
dat dat voorgoed voorbij zou gaan.
-----------------------------------------------

https://youtu.be/C8Ff5OEUzd8


André Leijssen (2023): Nostalgie.



maandag 28 augustus 2023

Bernard van Dam (1972): Oud-Brabants dorpsleven. Wonen en werken op het Brabantse platteland.

 



In de reeks 'Kultuurhistorische Verkenningen in De Kempen' is in 1972 Deel IV verschenen en uitgegeven door de Stichting Brabants Heem. Het boek is een bundeling van de artikelen die van Dam heeft geschreven in diverse heemkunde tijdschriften. Het boek bestaat uit twee delen.

Deel I: Boerderijen, boerenbedrijf en boerengereedschap, oude ambachten: Een nagenoeg compleet overzicht van alle werkzaamheden in en om de boerderij, de gereedschappen die gebruikt werden, de inzet van dieren op de boerderij. De volgende werkzaamheden passeren de revue: mest maken; bemesten; ploegen; eggen; zaaien; oogsten; dorsen; slachten; grasmaaien. De werkers op de boerderij worden besproken: de boer; de boerin; de boerenknecht; de dienstmeid. Ook de nevenwerkzaamheden komen aan bod: bijenhouden; stroperij; jagen; naar de markt. Tot slot volgen de aanverwante oude ambachten: de molenaar (de man die leeft van de wind); de timmerman; de smid; de koperslager; de klompenmaker; de rietdekker/strodekker; de slachter; de bierbrouwer; de kuiper; de bakker.

Deel II: Volksgebruiken: rondtrekkend volk; de dorpskermis; de beugelbaan; Vastenavond; Pasen; de 'omgang' van meneer pastoor; bruiloften; sterven en begraven. 

Omdat het boek een bundeling van artikelen is komen de verschillende onderwerpen als een bonte stoet aan de lezer voorbij.  

zondag 27 augustus 2023

Jo Boer (1975): Dorp in Drenthe.

 


Uiteraard was op SSO-NL het handboek van Jo Boer (1968): Opbouwwerk bekend. Zij was één van de eersten in ons land die de methode van opbouwwerk in de praktijk bracht. In de provincie Drenthe. In 1975 verscheen van haar hand het boek Dorp in Drenthe over de gemeente Zweeloo over de periode 1930-1970. Dit boek omvat een beschrijving van de veranderingen in een dorpsgemeenschap op woon- en werkgebied, agrarische bedrijvigheid, gezinsleven, onderwijs, kerk en godsdienst, gezondheidszorg, recreatie en bestuur. Het 2e deel van haar boek is beschouwend van aard en tracht een verklaring te geven van de veranderingen in de gemeente Zweeloo.


J.P. Groot (1974): Het kleine dorp. Overlevingskansen van en perspectieven voor dorpen en buurtschappen in Nederland.

 


Ook in 1974 is verschenen het boek van J.P. Groot (1974): Het kleine dorp, dat ook een bewerking is van het proefschrift van de auteur. In deel 1 van het boek wordt in een hoofdstuk de bevolkingsontwikkeling van kleine plattelandskernen behandeld en de verzorgingsfunctie van kleine dorpen. In deel 2 komen onderwerpen aan bod als schaalvergroting, leefbaarheid en dorpsbinding.

Lodewijk Brunt (1974): Stedeling op het platteland.

 


In de jaren 1974-1975 liep ik stage bij de Stichting SamenlevingsOpbouw Noordelijk Limburg (SSO-NL). Onderdeel van de stage was het meedoen bij cursussen 'discussie- en vergadertechniek' die werden gegeven aan (potentiële) leden van dorps- en wijkraden. Een problematiek die speelde, en niet alleen in Noordelijk Limburg, was de leefbaarheid van kleine kernen. Mijn belangstelling voor deze problematiek  is toen geboren. 

In 1974 is het boek van Lodewijk Brunt uitgegeven. De uitgave is een weergave van zijn promotie onderzoek over een dorp in de Alblasserwaard, waar hij ruim een jaar heeft gewoond en onderzoek deed. In zijn studie gebruikt Brunt de gefingeerde naam ‘Stroomkerken’. Het boek werd bij SSO-NL enthousiast ontvangen en aanbevolen voor al hun medewerk(st)ers.

Na drie inleidende hoofstukken wordt in hoofdstuk IV het theoretisch kader uiteengezet: verzuiling en pacificatie. Dit is ontleend aan de studie van de politicoloog Arend Lijphart (1968): Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek. Vervolgens komen enige kwesties in het dorp aan bod: klassenverhoudingen; dorpspolitiek en politieke partijen; nieuwkomers; het Groene Kruis; ontmoetingsruimte voor jongeren; de komst van een superkruidenier. En steeds speelt in al deze problemen de verhouding tussen nieuwkomers en autochtone bevolking een rol.