vrijdag 15 maart 2024

Wim Daniëls (2018): De MULO. De carrièreschool voor het 'gewone' volk.

 


Het schooltype MULO staat voor: Meer Uitgebreid Lager Onderwijs. In de ondertitel geeft Daniëls iets aan dat kenmerkend is voor het 'oude' systeem van scholen in ons land. Een systeem dat was gebaseerd op het systeem van sociale klassen, op ongelijkheid dus.

Van oudsher (vanaf de Middeleeuwen) kennen we het gymnasium of de Latijnse school. Vanaf de 19e eeuw (1863) worden andere vormen van onderwijs opgericht, waaronder de Hogere Burger School (HBS) en een paar jaar later de Middelbare Meisjes School (MMS), de Handelsschool, de Ambachtsschool, en de (M)ulo. Het Gymnasium, de HBS en de MMS waren bedoeld voor leerlingen afkomstig uit de hogere sociale klassen. Evenals de Mulo waren dit scholen voor algemeen vormend onderwijs. Aanvankelijk gaf alleen het gymnasium toegang tot de universiteit, later ook de HBS. Voor de leerlingen afkomstig uit de lagere sociale milieus (de werkende klasse) was er of geen onderwijs na de lagere school, of de Ambachtsschool waar men een vak kon leren. Later werd dit schooltype Lagere Technische School (LTS) genoemd. Met de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) uit 1968 werd het gehele onderwijssysteem na de lagere school geherstructureerd. Deze ontwikkeling wordt wel genoemd: 'Van elite onderwijs naar onderwijs voor velen'.

De MULO was inderdaad een vorm van onderwijs waardoor leerlingen uit lagere sociale klassen ('die goed konden leren') een weg konden vinden naar het beklimmen van 'de maatschappelijke ladder'. In mijn tijd gingen veel leerlingen na de MULO naar de MTS (Middelbaar Technische School) of  HTS (Hogere Technische School); voor deze laatste was wel een Mulo-B diploma vereist. Ook de kweekschool (thans: Pedagogische Academie voor het Basisonderwijs - Pabo) was geliefd voor een opleiding tot onderwijzer op de lagere school.

Evenals de MULO was in katholieke kring het klein seminarie een weg om hoger op te komen. Dit schooltype was bedoeld om door te stromen naar het groot seminarie om hun priesteropleiding te voltooien. Maar veel van mijn generatiegenoten kozen ervoor dat het priesterschap toch niet hun 'roeping' was. Omdat het klein seminarie een gymnasiale opleiding bood, gaf dat toegang tot de universitaire opleidingen. Ook dat bleek een weg voor personen van eenvoudige komaf om hogerop te komen.

Na het behalen van mijn MULO diploma's (Mulo-A, Mulo-B en Middenstanddiploma) heb ik mijn schoolloopbaan voortgezet op de HBS.


 





vrijdag 8 maart 2024

Wim Daniëls (2017): De lagere school. Toen alles nog heel anders was.


 Wim Daniëls heeft een boek over de lagere school geschreven. Voor mij heel herkenbaar. Onderwerpen die onder andere aan bod komen in zijn boek zijn: 

- op zaterdag naar school
- grote klassen
- gescheiden onderwijs aan meisjes en jongens
- het rapport
- de kroontjespen en het inktpotje
- de schoolarts en schooltandarts
- schoolzwemmen
- godsdienstles
- straffen
- gymles

Een onderwerp dat ik mis in zijn beschrijvingen is het gebruik van bijnamen voor onderwijzers op school. Zo herinner ik mij op de lagere school de volgende bijnamen: 'de sjors', 'de toddenpikker' (de vader was kleermaker, zijn zus had de bijnaam 'Mien brei'), 'de kuip'.




Dirk Hezius School te Heeze (lagere school voor jongens)



De Bewaarschool

 

Bewaarschool/Kleuterschool te Heeze

Toen ik 4 jaar was bracht mijn moeder mij naar de Bewaarschool. Alleen de eerste keer, daarna wist ik zelf de weg. De school heette toen nog zo. In 1955 is de naam gewijzigd in Kleuterschool, en later (in 1985) is de Kleuterschool opgenomen in de Basisschool.


De Bewaarschool is in de loop van de 19e eeuw opgericht. Het enige wat ik me daarvan nog kan herinneren is dat de kleuters werden overgeleverd aan de zorgen van de nonnen. Moeder had dan haar handen vrij voor haar huishoudelijke taken en de zorg voor je jongere broertje. Als kleine jongen had je goede redenen om erg bang te zijn voor de nonnen. Er was een non die aan de poort van de speelplaats de wacht hield. Zij zat op een stoel naast een regenton, en ze dreigde iedere kleuter die het waagde de speelplaats te verlaten, in de ton te stoppen. Zeer effectief.

Bijzonder van de Bewaarschool/Kleuterschool was dat het een zogenaamde 'gemengde' school was. Dat wil zeggen een school waarop meisjes en jongens samen in de klas zaten. Van de 'onschuldige' kleutertjes hadden de nonnen niets te vrezen, in tegenstelling tot de scholen die ik later doorliep. Tot mijn 16 jaar heb ik uitsluitend op jongensscholen doorgebracht: de Lagere School en de Mulo. Voor de meisjes waren er aparte scholen waar enkel meisjes werden toegelaten. Dat hoorde toen zo in katholieke kringen. Stel je voor dat meisjes en jongens met elkaar bevriend zouden raken of met elkaar optrokken. Dat was in strijd met de Rooms Katholieke moraal van die tijd.

zaterdag 2 maart 2024

Kristine Groenhart (2009): Leer mij je liefhebben. Het bewogen leven van een domineesvrouw.

 


"In 1934 stappen Jo Liese (1913-1999) en Wolter Smit, een pasgetrouwd zendelingsechtpaar, op de boot naar Nederlands-Indië. Vanuit hun post op Sumatra schrijft Jo brieven naar haar familie in Leiden, waarin ze optimistisch is over werk, kinderen en huwelijk. Maar in haar aangrijpende dagboeken klaagt ze over eenzaamheid, worstelt ze met het geloof en vertelt ze over de problemen die ze heeft met Wolter".

"Als Jo in 1999 overlijdt laat ze dozen vol dicht beschreven vellen papier en vele foto's na. Kristine Groenhart, de kleindochter van Jo en Wolter, heeft deze documenten bewerkt tot een ontroerend tijdsbeeld van het vooroorlogse Indië, de oorlogsjaren, de naoorlogse periode zowel in Nederland als in Indië, de jaren vijftig en de roerige jaren zestig en zeventig in Nederland tot aan het einde van de twintigste eeuw. De lezer wordt meegenomen op een tocht langs Jo's worsteling en strijd, haar feministische opvattingen, haar drang naar vrijheid, haar eenzaamheid, haar liefde voor de natuur en haar uiteindelijk verlies".