Als 15-jarige bevalt Agnes van een dochter die zij bij de geboorte moet afstaan. Agnes komt uit een traditioneel katholiek gezin van acht kinderen uit Koog aan de Zaan. De bevalling is in 1967 in het ziekenhuis. Haar kind komt wordt onder de hoede van de Raad voor Kinderbescherming gesteld, evenals Agnes zelf. Zij is immers ook nog minderjarig. Haar kind, een meisje, wordt toevertrouwd aan adoptieouders. Na 30 jaren vindt zij haar kind, die Lotte heet, en komen zij in contact met elkaar.
Een schrijnend verhaal over een zogenaamde afstandsmoeder. Zeker in katholieke kring was het voorheen gebruikelijk dat kinderen van minderjarigen werden afgestaan ter adoptie. De moeders werden daartoe onder druk gezet. Een citaat van de website van FIOM: "In de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw was de norm: pas als je getrouwd bent krijg je kinderen. Werd je ongetrouwd zwanger dan was je een gevallen meisje, een schande voor de familie. Mogelijkheden om een zwangerschap te voorkomen of af te breken waren er niet: voorbehoedsmiddelen ontbraken veelal en abortus was illegaal".
Het boek is geschreven door Agnes samen met de freelance journalist Jeroen Hoogenboom.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten