dinsdag 15 april 2025

Truska Bast (2017): Uw wil geschiede. Kinderen op katholieke kostscholen.

 


Nog een boek over kostscholen. Zowel kostscholen voor meisjes als voor jongens. Dit boek is geschreven nadat de commissie Deetman haar onderzoeken had gepubliceerd over het seksueel misbruik op rooms-katholieke kostscholen en internaten. Ik noem deze onderzoeksrapporten hier:
- Wim Deetman e.a. (2011): Seksueel misbruik van minderjarigen in de rooms-katholieke kerk.
- Wim Deetman (2013): Seksueel misbruik van en geweld tegen meisjes in de rooms-katholieke kerk.

De inhoudsopgave van dit boek:

  1. Voorland
  2. Een andere wereld
  3. Niets is nog van jou
  4. 't Groote geluk der Roomsche blijdschap
  5. Een gezond lichaam
  6. Wees steeds op je hoede
  7. Over de muur
  8. De kracht van verbeelding
In tegenstelling tot het voorgaande boek, is dit boek een meer systematische behandeling van de problematiek van het leven in een katholieke kostschool. Er wordt gezocht naar verklaringen voor dit verschijnsel. Zoals de schrijfster in haar 'Woord vooraf' zegt: "Ook wilde ik die verhalen toetsen aan dat wat historici, sociologen en (trauma)psychologen over het onderwerp hadden geschreven". Zij toetst haar beschouwingen met name aan de studie, gepubliceerd in 1961, van de Canadese socioloog Erving Goffman met zijn begrip 'totale instituties'. Dit zijn instellingen waarin een relatief kleine staf het leven van 'inmates' (groot in aantal) beheersen, zoals daar zijn: kloosters, kostscholen, internaten, psychiatrische instellingen, concentratiekampen, gevangenissen, militaire kazernes, verpleeghuizen, blindeninstituten, weeshuizen, instituten voor doven. Deze instituties zijn (of waren) veelal afgesloten van de 'buitenwereld' waar het 'werkelijke' leven zich afspeelde. 


Daniëlle Hermans en Esther Verhoef (2014): Stil in mij. Overleven bij de nonnen.

 


Dit boek bevat een verslag van de interviews die zijn gehouden met 21 vrouwen over "hun aangrijpende jeugdervaringen in instellingen waar zij aan de zorgen van nonnen waren toevertrouwd. In veel gevallen waren seksuele mishandeling en fysiek en psychisch geweld aan de orde van de dag. Met het doorbreken van hun stilzwijgen laten deze vrouwen de buitenwereld weten wat zich decennialang achter de gesloten deuren van de Nederlandse katholieke internaten en weeshuizen heeft afgespeeld".

Aan het woord komen (met geboortejaar tussen haakjes): Joske en Mietie (1938), Yvonne (1934), Lies (1952), Mariëlle (1955), Bep (1942), Gonny (1949), Sanne (1960), Jeanny (1948), Fietje (1964), Eva (1942), eLS (1943), Joke (1947), Merapi (1947), Willy (1946), Marly (1952), Johanna (1966), Jo (1941), Miriam (1946),, Thérèse (1956), Joan (1946) en Janne-Martha (1955).

Het zijn allemaal stuk voor stuk gruwelijke verhalen van straffen die dagelijks voorkwamen: slaan, schoppen, knijpen in schaamlippen, dagenlang eenzame opsluiting, vernedering ook voor de groep, gedwongen het eigen braaksel op te eten. Soms geven de verhalen van deze vrouwen blijk van sadistisch handelen van de daders. Het leven van veel meisjes in een internaat of kostschool was voor hen een ware hel, waar zij niet uit konden ontsnappen.


zondag 13 april 2025

Jos Perry (1991): Jongens op kostschool. Het dagelijks leven op Katholieke Jongensinternaten.

 


In het Rijke Roomsche Leven was er een strikte scheiding tussen jongens en meisjes. Dat was de katholieke moraal uit die tijd. Dus gingen de meisjes naar een kostschool voor meisjes die gerund werd door nonnen. De jongens gingen naar een kostschool voor jongens die gerund werd door broeders of priesters. De scheiding was er ook in het gewone lager en voortgezet onderwijs: je had een meisjesschool en een jongensschool; en een meisjesmulo en een jongensmulo. Op de huishoudschool werden geen jongens toegelaten, op de ambachtsschool werden geen meisjes toegelaten.

Jos Perry schreef een boek over 'Jongens op kostschool'. Ook hier was het regiem streng gebaseerd op de drie R's: Rust, Reinheid en Regelmaat. De inhoud bestaat uit de volgende hoofdstukken:

  1. Het huis uit
  2. De nieuwe omgeving
  3. Een doorsnee dag
  4. Het oog van God
  5. School en studie
  6. De vrije uren
  7. Orde en tucht
  8. Leven in de groep
  9. Waar vriendschap en liefde is
  10. Achteraf
Een groot deel van de meisjes op meisjeskostscholen werden gerekruteerd om zelf non te worden. Voor jongens was een kostschool het voorportaal voor een priesteropleiding. Meer dan de helft van de jongenskostscholen waren klein-seminaries, waarna ze hun priesteropleiding konden voortzetten op het groot-seminarie. Wim Daniëls noemde de Mulo de carrièreschool voor het 'gewone' volk. Echter voor menigeen was het klein-seminarie ook een opstap tot hogerop: "Feit is dat door deze ontwikkeling in Nederland tal van jongens uit groepen waar studeren absoluut ongewoon was, zoals boeren, arbeiders en kleine middenstanders, een gymnasiale opleiding hebben kunnen volgen en zo toegang kregen tot studies en beroepen waarvan hun ouders en grootouders de namen niet eens konden uitspreken".
De jongens werden op de lagere school door de pastoors uitgezocht; kon men goed leren dan werd een bezoek gebracht aan de ouders om te polsen of een klein-seminarie iets was voor hem. Veelal waren deze jongens al misdienaar geweest en kenden zij de sfeer van de kerkdiensten, het latijn en de liturgie.

Heel even wordt het mogelijke misbruik van broeders en priesters in hoofdstuk 9 aangestipt. "Niet alleen oudere leerlingen hadden hun pupillen, hun jongere vriendjes, ook sommige surveillanten en leraren hadden ze". Pas later zou de omvang en de gevolgen daarvan in de publiciteit komen en zou daar onderzoek naar worden gedaan.

zondag 6 april 2025

Marieke Hilhorst (1989): Bij De Zusters Op Kostschool. Geschiedenis van het dagelijks leven van meisjes op Rooms-Katholieke pensionaten in Nederland en Vlaanderen.

 


De periode van 1900 tot ongeveer 1970 wordt in Rooms-Katholieke kring wel de periode van het Rijke Roomsche Leven genoemd. De emancipatie van het katholieke volksdeel, reeds in de 19e eeuw begonnen, beleefd in die periode haar bloei. Wie als kind in een katholiek gezin werd geboren trof een wereld aan die geheel in het teken stond van het katholieke geloof en haar instellingen. Ik ben geboren vier jaren na het einde van de 2e wereldoorlog in een katholiek gezin in Heeze, provincie Noord-Brabant. Binnen de katholieke zuil waren alle instellingen en organisaties katholiek: de kleuterschool, de lagere school, de Mulo, de hbs en de universiteit (Katholieke Hogeschool te Tilburg en Katholieke Universiteit te Nijmegen). Ook de verkennersgroep St. Nicasius, waar ik lid van was (opgericht op 2 april 1952), de R.K. kerk uiteraard, de z.g. standsorganisaties, waarin arbeiders, vrouwen, middenstanders, werkgevers, boeren en tuinders waren georganiseerd. De vrije tijds organisaties voor jongeren: KPJ (Katholieke Plattelandsjongeren), KAJ (Katholieke Arbeidersjeugd) later KWJ (Katholieke Werkende Jongeren), KJMV (Katholieke Jonge MiddenstandsVereniging).

Op de hbs waren er z.g. 'internen' en 'externen': de internen gingen naar het internaat of kostschool waar zij naast de school ook kost en inwoning genoten. Toen ervaarden wij (de externen) hen als een apart soort leerlingen. Hun ouders konden zich het financieel veroorloven hun kind(eren) naar een kostschool te sturen. In de hoogtijdagen (1950-1970) van het Rijke Roomsche Leven telde de provincie Noord-Brabant bijna honderd onderwijsinternaten of kostscholen.

Er waren kostscholen voor meisjes en kostscholen voor jongens. In haar boek 'Bij de zusters op kostschool' beschrijft Marieke Hilhorst het dagelijks leven op de kostscholen voor meisjes. Het regiem was meestal zeer streng. Sommige kinderen konden zich aanpassen aan de tucht en huisregels, anderen hebben daar slechte herinneringen aan. In de volgende hoofdstukken wordt het kostschoolleven beschreven:

  1. Deftige meisjes en burgerdochters
  2. Een geïsoleerde opvoeding
  3. Een streng en gedisciplineerd leven
  4. 'Heer, geef mij alstublieft geen roeping!'
  5. Deugd en zonde
  6. Leven in een groep
  7. 'Niet met z'n tweeën: daar loopt de duivel tussen!' 
  8. En daarna?

Het BHCI (= Brabants Historisch Informatie Centrum) heeft op een afzonderlijke website de Brabantse kostscholen op een rij gezet: "Wierook, Wijwater & Worstenbrood. Het Rijke Roomsche Leven in Brabant 1900-1970". Met een artikel: Hemel of hel: op kostschool. (https://wierookwijwaterenworstenbrood.nl/ontdekken/ons-brabant/rk-internaten). Niet voor iedereen was het kostschoolleven een fijne ervaring; menigeen heeft er trauma's aan overgehouden en een afkeer van de R.K. kerk en haar dienaren.


maandag 31 maart 2025

René Jagers (1982): De Zwarte Ruiter. Een Oost-Brabantse bandiet 1945-1957.

 


Een bijzondere studie is de gedeeltelijke biografie van De Zwarte Ruiter over de periode 1945-1957. Het gaat over Hans Gruijters die leefde van 1925 tot 1980. Afkomstig uit een groot gezin met 21 kinderen in Boekel; het gezin verhuist later naar Beek en Donk waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorbrengt. 

De auteur noemt zijn boek een antropologische biografie, waarin hij tracht "de persoonlijke kanten van Hans' leven te verbinden met de maatschappelijke ontwikkelingen in de jaren rond de laatste wereldoorlog". "De daden van De Zwarte Ruiter spraken veel Oostbrabanders en waarschijnlijk ook andere Nederlanders tot de verbeelding. In zijn acties bracht Hans gevoelens van persoonlijke ongebondenheid ten aanzien van het staatsgezag tot uitdrukking, juist in een periode dat de ruimte hiervoor steeds geringer werd. Dit ideaal van een relatief ongebonden levenswijze ten aanzien van staatsautoriteiten kende met name in Oost-Brabant een lange traditie". In 1955 wordt hij gearresteerd en in gevangenis van Scheveningen gezet. In 1957 weet hij echter te ontsnappen, waardoor hij het staatsgezag wederom weet te tarten.

De provincie Oost-Brabant ten westen van De Peel was het 'werkterrein' van De Zwarte Ruiter, welke naam hij had ontleend aan het café van zijn broer. Het gebied omvat, van het noorden tot het zuiden, de plaatsen Oss, Schaijk, Uden, Volkel, Boekel, Gemert, Beek en Donk, Aarle-Rixtel, Helmond, Mierlo, Geldrop, Heeze en Leende. Aanvankelijk was hij actief als smokkelaar (na de 2e wereldoorlog), later maakte hij zich ook schuldig aan diefstal, inbraak en roofoverval met een dode tot gevolg.

Ik herinner me als kind uit de jaren vijftig van de vorige eeuw dat er gesproken werd over De Zwarte Ruiter. Dat vonden we spannend. Een echte bandiet zoals we die later in cowboyfilms zagen. Overigens werd het smokkelen in mijn herinnering niet als echt crimineel gedrag gezien. Mijn moeder, afkomstig uit het grensdorp Luyksgestel, vertelde weleens dat zij en haar zussen boter smokkelden naar België verstopt in hun nylonkousen onder hun rokken of jurken. Tijdens het leefbaarheidsonderzoek in Siebengewald (zie een eerder item in dit blog) hoorden we de verhalen dat er na de 2e wereldoorlog iedere zondag een bus van het dorp naar Roermond vertrok waar familie op bezoek ging naar het gevang waar de smokkelaars tijdelijk verbleven.

De mentaliteit van de bevolking van Brabant dat men het staatsgezag niet altijd serieus moest nemen, heeft haar historische wortels in de eeuwenlange onderdrukking en uitbuiting van de bevolking  van de provincie Noord-Brabant, zoals in de voorgaande notitie beschreven.



woensdag 26 maart 2025

L. van Egeraat (1974): Brabant. Het andere Nederland.

 



Het boek van dr. van Egeraat bestaat uit de volgende hoofstukken:
- Hoofdstuk 1    Bezuiden de Moerdijk
- Hoofdstuk 2    Van zwaartepunt der Nederlanden naar wingewest
- Hoofdstuk 3    Brabant is dood, Noord-Brabant gaat leven
- Hoofdstuk 4    Eerste impressie van negen regio's
- Hoofdstuk 5    Het Brabantse natuurlandschap
- Hoofdstuk 6    Het Brabantse cultuurlandschap
- Hoofdstuk 7    Nederlands eerste industrieprovincie
- Hoofdstuk 8    Meest slordig aangeklede provincie van Nederland
- Hoofdstuk 9    Brabantse dorpen
- Hoofdstuk 10  De grote vier en de kleine vier
- Hoofdstuk 11  Hoe zijn wij?

Het boek is een pleidooi voor het mooie Brabant, haar prestaties en haar inwoners. Maar meer dan dat is het ook een relaas van achterstelling en onderdrukking door de machthebbers van boven de Moerdijk. De protestanten in het noorden hebben eeuwenlang de katholieken in het zuiden onder de knoet gehouden en uitgebuit. Daar begint de slavernij van de Hollanders over de inwoners van de huidige provincie Noord-Brabant, die tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bestuurd werden door de Raad van State. "Terug in de Nederlandse schoot werden deze zogenoemde generaliteitslanden lange tijd bestuurd als een soort interne koloniën, waarbij katholieken als tweederangs burgers werden behandeld, tot 1795 de jure en tot ver in de negentiende eeuw de facto". Uiteindelijk bracht een vreemde mogendheid (Frankrijk) een begin van gelijkberechtiging voor het katholieke volksdeel bij de stichting van de Bataafse Republiek. Het gehele 1e hoofdstuk betoogt de schrijver dat reizigers die vanuit het noorden de Moerdijkbrug overgaan "in een wereld komen die wel bij Nederland behoort, maar die naar sfeer, mentaliteit en historie toch anders is". Hij noemt Brabant dan ook "het andere Nederland".

Het 2e hoofdstuk geeft de belangrijke historische achtergronden van de grootsheid van (het Hertogdom) Brabant, dat eens het centrum was der Nederlanden, waartoe ook behoorden het huidige België. In de Bourgondische tijd (1384 tot 1482) was Brabant toonaangevend: de economie, de Nederlandse taal en cultuur, de zetel van het centraal bestuur (Brussel), de enige universiteit (Leuven), een grote
haven (Antwerpen). 

Of het sentiment, wat eens in de provincie Noord-Brabant leefde, nu nog bestaat weet ik niet. Maar de geschiedenis heeft daar alle aanleiding toe gegeven. Parallel hieraan is het sentiment onder de katholieke bevolking van ons land, die overigens niet enkel tot de zuidelijke provincies is beperkt. Sinds de 19e eeuw heeft er een emancipatie van de katholieke bevolkingsgroep plaatsgevonden, die zich heeft georganiseerd in de katholieke zuil. Het boek van Egeraat is gepubliceerd in 1974; in die tijd was het proces van ontzuiling in volle omvang gaande.
 
 

woensdag 19 februari 2025

Wim Daniëls (2021): Op vakantie! Een geschiedenis van onze vrije tijd.

 


Wederom een boek van Wim Daniëls, een leeftijdgenoot die boeken schrijft over onderwerpen en geschiedenissen die mij interesseren. Vooral over de 20e eeuw en de veranderingen uit die tijd, die we zelf nog hebben meegemaakt. Dit boek heeft als onderwerp 'op vakantie gaan'. De inhoud van het boek put hij voornamelijk uit het krantenarchief dat op de website Delpher voor iedereen toegankelijk is gemaakt.

Het boek bestaat uit een dertigtal korte verhalen over een aspect van 'op vakantie gaan'. Zo zijn er drie verhalen over kamperen (Kamperen, Kampeerterreinen, Kampeerclubs). De wijzen waarop mensen op vakantie gaan krijgen de aandacht: De fietsvakantie; Op vakantie met de trein; Met de auto op vakantie; Op pad met de caravan, camper of vouwwagen; Met de touringcar op vakantie; De vliegvakantie; De cruisevakantie; Op vakantie met de motor; Met de brommer of scooter op vakantie; De zeilvakantie; De liftvakantie.

Een vlot geschreven en goed geschreven boek.   

donderdag 13 februari 2025

Peter de Waard en Petra van den Brink (2013): De meisjes van Schroevers.

 


Wie kent ze niet? De meisjes die nu hun Mulo of MMS een opleiding hebben gevolgd bij Schroevers tot secretaresse. In 1913 heeft de zakenman Adriaan Schoevers deze particuliere secretaresseopleiding opgericht. Het opleidingsinstituut kende hoogtijdagen en perioden dat het minder ging. Het opleidingsinstituut Schroevers bestaat nog steeds. De secretaresse is van naam veranderd: zij of hij heet nu 'supportprofessional'. En op de website van Schroevers is men trots op hun 110 jarig bestaan.

Het boek is verdeeld in hoofdstukken die ieder een bepaalde periode typeren. Dit zijn:
Hoofdstuk 1    Kindermeisjes
Hoofdstuk 2    Stenomeisjes
Hoofdstuk 3    Charlestonmeisjes
Hoofdstuk 4    Crisismeisjes
Hoofdstuk 5    Oorlogsmeisjes
Hoofdstuk 6    Wederopbouwmeisjes
Hoofdstuk 7    Kakmeisjes
Hoofdstuk 8    Conservatieve meisjes
Hoofdstuk 9    Ambitieuze meisjes
Hoofdstuk 10  Mondige meisjes
Hoofdstuk 11  Topmeisjes
Hoofdstuk 12  Bedreigde meisjes

De hoofdstukken beschrijven de geschiedenis van de invoering van het steno, de introductie van de typemachine, het leren typen met tien vingers en het blindtypen (op het ritme van de Radetzkymars) en de vreemde talen in de opleiding. Adriaan Schroevers was een zakenman met een vooruitziende blik. Hij reisde naar Amerika om daar de meest moderne typemachines te leren kennen, en introduceerde die ook in zijn bedrijf. Eveneens introduceerde hij het steno.
In de jaren zestig van de 20e eeuw treedt een soort verval op: de leiding van het bedrijf gaat niet meer met hun tijd mee. De opleiding krijgt een wat oubollig imago in de tijd van emancipatie en protestbewegingen. Pas later 'ontdekt' het instituut de opkomst van de PC en tekstverwerker. En de secretaresse wordt binnen de organisaties waar zij werkt een 'secretaris', die veelal een spilfunctie vervult.

dinsdag 11 februari 2025

Koos van Zomeren (2021): Aan de dijk. Herwijns dag- en fotoboek.

 


Dit boek is inderdaad een dagboek en een fotoboek. Het dagboek is van de schrijver Koos van Zomeren, die een hele lijst van boekuitgaven op zijn naam heeft staan, variërend van dichtbundels, romans, thrillers, essays, columns. In de vorm van een dagboek beschrijft hij zijn herinneringen aan het leven in het dorp Herwijnen aan de Waal in de Betuwe waar zijn grootouders leefden. 

Op de achterflap staat de volgende typering: "Een mens leeft in de tijdspanne tussen zijn grootouders en zijn kleinkinderen; het hart zou misschien wel langer willen, maar de geest kan niet meer bevatten". De schrijver gaat terug naar Herwijnen naar het buurtschap aan het einde van het dorp, 't Rot, aan de dijk. "Waar iedereen familie was van iedereen. Waar diepe armoede had geheerst en de enig luxe bestond uit de verhalen die er werden verteld. Het is net als met orchideeën - de mooiste verhalen komen van de armste grond".

Het tweede gedeelte van het boek bestaat uit foto's. Heel mooie oude zwart-wit foto's gedocumenteerd met een plattegrond van de noordkant van de Waal en een schematische overzicht met nummers en namen van de bewoners. Een prachtig document.



Peter van Vlerken (2023): Zwarte kersen.

 


De schrijver heeft gekozen voor de romanvorm. Dat wil zeggen dat sommige gebeurtenissen autobiografisch zijn en hij dus put uit zijn eigen herinneringen. Voorts dat hij de verhalen een eigen invulling heeft gegeven. De verhalen worden verteld door Maria, de tante van de schrijver, die haar leven deelt met haar Piet. Begin jaren vijftig trouwen ze en gaan ze inwonen bij de ouders van Piet. Een fijne toekomst tegemoet. Maar de tragiek van het verhaal is dat Maria geen kinderen kan krijgen en dus geen zoon die de boerderij van Piet kan voortzetten.

"Zwarte kersen is een nieuwe, grondig gewijzigde uitgave van de in 2020 in eigen beheer van de auteur verschenen roman De zwarte kersen van Maria", staat in de Verantwoording achterin het boek. En voorts: "Het kan zo zijn dat lezers personages, situaties en gebeurtenissen herkennen in deze roman. Het kan ook zo zijn dat zij zich vergissen". Maar er staat voor iemand die in de jaren vijftig van de vorige eeuw in een (voornamelijk agrarisch) dorp is opgegroeid veel herkenbaars in. 

- De boeren ploegden het land met hun 'Belse Knollen'.  
- Wassen deden de mensen toen in de slaapkamer met water uit de lampetkan die in een waskom werd gegoten. Of eenmaal in de week een grote wasbeurt in de keuken in een zinken teil voor de kachel in de winter. Een douche of badkamer bestond in de boerderijen van toen nog niet.
- 's-Middags werd er warm gegeten: soep, aardappelen, vlees en groenten. De hond at met de pot mee wat erover was: aardappelen met jus en vleesresten als die er waren.
- De jaarlijkse kersenpluk van 'De Mierlose Zwarte': een eigen kersensoort. Mierlo stond bekend als het kersendorp. Jaarlijks was er een kersenoogstfeest met een optocht door het dorp. En een wielerronde de kersenronde genoemd.
- De pastoor kwam op bezoek om te informeren naar de gezinsuitbreiding die er niet was. Of om één van de ouders van Piet de laatste sacramenten toe te dienen.
- De wekelijkse gang naar de R.K. kerk in het dorp.
- Jaarlijks op rattenjacht met de hond en de mannen gewapend met een riek of gaffel.
- Kippen werden geslacht als ze geen eieren meer legden.
- Stropen op hazen en konijnen door het plaatsen van strikken van ijzerdraad. Waarna de buit werd geslacht, klaargemaakt en opgegeten: een lekkernij. Met kerstmis stond er traditioneel haas of konijn op het menu.
- Een vaste avond in de week kwamen de kaartvrienden op bezoek om te rikken.

Het boek wordt omschreven als een ode aan het boerenleven zoals dat was, en dan met name van de boerin. Voorts een beschrijving van de teloorgang van het oude boerenbedrijf en daarmee ook de leefgewoonten uit de vergane tijden. Verteld met een zekere weemoedigheid: de ruilverkaveling, de komst van de tractor, de mechanisatie, de schaalvergroting. Piet en Maria maken de vernieuwingen niet meer mee, zij blijven hangen in hun oude leefwijze en met hen verdwijnt ook hun boerenbedrijf. Het leven was ook harder, zowel voor de mensen als voor de dieren. 


vrijdag 7 februari 2025

Maria Grever en Annemiek van der Veen (1989, redactie): Bij ons moeder en ons Jet. Brabantse vrouwen in de 19e en 20e eeuw.

 


Dit boek bevat een verzameling van artikelen over Brabantse vrouwen in de 19e en 20e eeuw. "Zo wordt een indruk gegeven van het leven van Brabantse boerinnen, nonnen, kostschoolmeisjes, vroedvrouwen en journalistes" staat op de achterflap. De volgende artikelen zijn opgenomen:

- Niet in haar kraam te pas. Kindermoord in het departement Brabant, speciaal in het arrondissement 's-Hertogenbosch, 1811-1838. (auteur: Maria Grever).

- Geen lusten zonder lasten. Huwelijk, seksualiteit en geboorten op de Kempense zandgronden, 1850-1940. (auteur: Jannie van Lieshout en Betty Rikken).

- Een boek lezen was tijd verknoeien. Meisjesonderwijs en vrouwenarbeid in Helmond en de Peel, 1918-1940. (auteur: Annette Mevis).

- Bruiden van Christus, moeders van de armen. Geloofsleven en werkzaamheden van de zusters van de Choorstraat, 1820-1875. (auteur: José Eijt).

- Van jonge juffrouwen en kwekelingen. Katholieke meisjeskostschool in de eerste helft van de twintigste eeuw (auteur: Marieke Hilhorst).

- Roeien,  baren en in de arbeid zijn. Vroedvrouwen in Noord-Brabant, 1880-1960. (auteur: Marga Pruijt).

- Een huwelijk is het einde van je carrière. Drie Brabantse journalistes bij De Tijd en de Volkskrant, 1945-1965. (auteur: Janneke Riksen).

Niet alle artikelen gaan over de 20e eeuw, maar ook die zijn het lezen waard. Het boek geeft een goed beeld van de (ondergeschikte) rol van vrouwen in de 19e en 20e eeuw. 


maandag 3 februari 2025

Marijke Hilhorst (1999): De vader, de moeder & de tijd. Familiekroniek.


 

Marijke Hilhorst (1952) is opgegroeid in een gezin van acht kinderen, waarvan één kind op jonge leeftijd is overleden. Zij beschrijft het proces van dementie bij haar moeder, en later ook bij haar vader. En voorts allerlei gebeurtenissen, anekdotes, herinneringen, en observaties in het gezin waar zij opgroeide, waar de nadruk ligt op hoe haar vader en moeder handelden in het opvoeden van hun kroost. Merkwaardig is dat zij spreekt over haar ouders in derde persoon enkelvoud. Dus niet 'mijn vader' of 'onze moeder', maar de vader en de moeder. Dat schept afstand tussen de auteur en de personen waarover zij schrijft. Bovendien spreekt zij haar vader en moeder aan met 'u'. Ook dat schept sociale afstand. Terwijl haar ouders toch van eenvoudige komaf zijn: haar vader werkte als een soort manusje van alles in een ziekenhuis en moeder was een eenvoudige huisvrouw. Zoals dat in de meeste gezinnen was in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw. In het Brabantse arbeidersmilieu waar ikzelf ben opgegroeid, en voor zover ik weet in veel vergelijkbare gewone gezinnen, spraken we elkaar aan met 'ge' of  'gij'. Alleen kinderen van 'deftige ouders' spraken hun ouders aan met 'u'. 

Het boek bestaat een vele korte verhalen (ruim 80), die voor velen ook herkenbaar zullen zijn. Het grote gezin, het rooms-katholieke milieu, de zorgende moeder, de patriarchale vader. Kortom: zoals het leven was in de gezinnen van de 2e helft van de 20e eeuw.




zondag 19 januari 2025

Annegreet van Bergen (2019): Een [ongewone] geschiedenis van doodgewone dingen.

 


"Alledaagse uitvindingen leiden soms tot grote veranderingen. Zo gaf de komst van de brommer Nederlanders meer vrijheid dan ooit, maakte de koelkast de melkman overbodig, konden doe-het-zelvers dankzij Black & Decker pas echt aan het klussen slaan en is ons menu veel gevarieerder sinds vers fruit het hele jaar door beschikbaar is".

Dit derde boek van Annegreet van Bergen sluit aan op de twee voorgaande titels. Zij schreef columns in Historisch Nieuwsblad over alledaagse zaken die soms een kleine revolutie veroorzaakten in de levens van mensen. In dit boek zijn haar columns gebundeld. Het thema blijft hetzelfde als in haar twee voorgaande boeken: de veranderingen in ons dagelijks leven van de 20e eeuw.

Annegreet van Bergen (2018): Het goede leven. Hoe Nederland in een halve eeuw steeds welvarender werd.

 


" Nederland is in korte tijd rijker geworden dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. Nieuwe wetenschappelijke inzichten en technische mogelijkheden zorgden ervoor dat de wereld letterlijk en figuurlijk werd opengebroken. Met bromfiets of auto kwamen we steeds verder van huis. Televisie bracht onbekende landen en volkeren de woonkamer binnen. De zondag veranderde van een rustdag in een dag om erop uit te trekken". 

Dit boek is een vervolg op Gouden jaren. De veranderingen in het dagelijks leven worden weer systematisch beschreven en geïllustreerd met vele foto's, wat het boek herkenbaar en aantrekkelijk maakt. De volgende hoofdstukken en paragrafen komen aan bod:

1 De wereld breekt open: - Met brommer en auto steeds verder van huis; - Afscheid van de buurtwinkel; -Betalen ging handje contantje; - Steeds meer vertier op de ooit zo saaie zondag; - Tijdens vakantie zwaaien naar landgenoten; - Radio bracht 'tienermuziek' uit Amerika; - Televisie: thuis de moord op Kennedy zien; - 'Spaghettivreters' en andere gastarbeiders; - Made in Japan en in andere verre landen; - Verandering van spijs.

2 Vóór de huidige overvloed: - Spelen zonder speelgoed; - Dure en duurzame kleren; - Jaren sparen voor een uitzet; - Weinig en vooral kort telefoneren; - Een klein plankje met boeken; - Slechts hier en daar een klok.

3 Zonder de kennis en kunde van nu: - Vanwege tuberculose jaren in een sanatorium; - Kamers stonden blauw van de rook; - Tandenpoetsen? Dat deden alleen deftige mensen.

4 Steeds minder ongelijk: - Dankzij de avondschool 'hogerop' komen; - De baas die baas is; - Vrouwen aan het aanrecht; - Ziekenfonds of particulier.

5 Uitgekomen dromen: - Al meer dan zeventig jaar leven in vrede; - Veilig kraanwater in elk huis; - Comfortabel wonen en elke dag onder de douche; - Niet meer geknecht door de was; - Tot slot.


Annegreet van Bergen (2014): Gouden jaren. Hoe ons dagelijks leven in een halve eeuw onvoorstelbaar is veranderd.

 


"Gouden jaren vertelt het verhaal van de ongekende naoorlogse groei die ons leven op alle fronten heeft veranderd. De wekelijkse teil werd een dagelijkse douche, het papieren loonzakje een digitale bankrekening en de boterham met tevredenheid een broodje gezond. Vertrouwde beroep verdwenen, nieuwe deden hun intrede. Wie had er in de jaren vijftig al gehoord van mondhygiëniste of activiteitenbegeleider? Gouden jaren staat vol van herkenbare anekdotes, scherpe observaties en schitterende foto's. Het laat zien hoe compleet anders ons leven er een halve eeuw geleden uitzag en dat we rijker zijn geworden dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden".

Annegreet van Bergen (1954) is econoom en journalist. In een overzichtelijk betoog laat zij de enorme veranderingen van de naoorlogse periode zien. Voor velen van ons een boek van herkenning en voor anderen een bron van geschiedenis hoe het dagelijks leven van onze grootouders en ouders was. Het boek bestaat uit de volgende hoofdstukken, en de daarin opgenomen paragrafen:

1 Eerste levensbehoeften: - Eten; - Wonen; - Kleding.

2 Opleiding en opvoeding: - Onderwijs; - Kindertijd.

3 Communicatie en informatie: - Telefoon; - Nieuws en amusement; - Geldverkeer.

4 Mobiliteit: - Auto; - Fiets; - Viaducten en tunnels; - Vliegen; - Vakantie.

5 Gezondheid: - Eigen tanden en kiezen; - Geneeskunde; - Ouderenzorg.

6 Comfort en kwaliteit: - Wegwerpgemak; - Afval en hergebruik; - Betere waar voor je geld; - Fotograferen.

7 Werk en vrije tijd: - Adieu baan voor het leven; - Werkomstandigheden; - Kantoorwerk; - Vrije tijd voor iedereen.

Op al deze levensgebieden hebben zich grote veranderingen voorgedaan. Teveel om hier op te noemen. 


zaterdag 18 januari 2025

Sun Li (2016): De zoetzure smaak van dromen. Het familieverhaal achter en Chinees restaurant.

 


In 1980 komen de ouders van de schrijfster Sun Li naar Nederland. Zonder voldoende middelen van bestaan, met vijf kinderen. Maar zij weten van aanpakken; zij openen een Chinees restaurant in een klein dorp in Friesland. Het hele gezin wordt ingeschakeld om te helpen bij de werkzaamheden in en voor het restaurant. Als de ouders en de oudere kinderen beneden in de keuken of het restaurant werken, verblijven de twee kleinste kinderen in de bovenwoning. Totdat ook zij aan de beurt zijn om mee te helpen: in de keuken met het snijden van groenten en het vullen van zakjes met sambal; later in de bediening in het restaurant. Als ze opgroeien en naar de middelbare school gaan weten ze soms de wegen te ontdekken waarmee ze zich kunnen onttrekken aan het werk. 
De kinderen worden ook aangemoedigd om op school goed hun best te doen. Sun gaat na de middelbare school rechten studeren in Groningen. Zij kiest ervoor op kamer te gaan wonen zodat zij thuis niet meer iedere dag hoeft te werken, alleen in de weekenden nog. Omdat de kinderen gaan studeren kiezen zij uiteindelijk een andere loopbaan, zodat er geen opvolgers zijn voor de overname van het restaurant.
Het verhaal is ook een voorbeeld van een immigrantengezin dat zich (gedeeltelijk) aanpast aan de Nederlandse cultuur. En omgekeerd wordt in de Nederlandse cultuur "chinees halen" een normaliteit. Overal in het land worden chinees-indische restaurants geopend. Op het gebeid van opvoeding houden de ouders vast aan hun eigen opvattingen: zij verwachten van hun kinderen dat zij een partner kiezen die ook van Chinese afkomst is en dat de bruiloft overeenkomstig wordt gevierd. Ongehuwd samenwonen vindt stiekem plaats. Trouwen met een Hollandse man is ook uit den boze. Sun Li toont aan dat zij leert de wegen te bewandelen om ondanks de druk van haar thuismilieu toch haar eigen gang te gaan en haar eigen leven vorm te geven. Maar deden Nederlandse jongeren van de jaren zestig en zeventig niet hetzelfde ten opzichte van hun eigen ouders die bleven hangen in de waarden en normen van de jaren veertig en vijftig?
Het boek sluit als volgt af: "Mijn zussen zullen niet meer bijkomen van het lachen als ze lezen dat ik recepten heb opgenomen in dit boek". Sun Li was de jongste in het gezin. Uit ervaring kan ik meedelen dat de 'oudsten' in een groot gezin in de regel meer mee moeten helpen in het eigen bedrijf van de ouders dan de jongsten.  


zondag 22 december 2024

Anton van Oirschot en Pieter Anton van Gennip (1982, redactie): Optocht in Brabant. Over optochten, stoeten en processies in het algemeen en de Brabantse Dag in het bijzonder.




 

Een boek over de Brabantse Dag in Heeze ter ere van 25 Jaar Brabantse Dag in 1982. Het boek bestaat uit drie hoofstukken. Hoofdstuk I is geschreven door Pieter Anton van Gennip en is een filosofische beschouwing over stoeten, zoals begrafenisstoet, stille tocht of stoet ter herdenking, protestdemonstratie, processie (R.K.), bruiloftstoet, militaire mars, stoeten van schuttersgilden, fanfares en harmonieën, bedevaarttochten, bloemencorso's, en feestelijke optochten zoals de optocht op de Brabantse Dag.

Hoofstuk II geschreven door Jace van de Ven bespreekt de Brabantse Dag-optocht en de personen die de optocht mogelijk maken: de wagenbouwers. Hoe het begon met een boerenoptocht en uitgroeide tot een meerdaagse Brabantse culturele manifestatie van naam en faam. De enorme inzet van de vele vrijwilligers wordt besproken en de functie van het samenwerken aan een wagen en het toneelspel tijdens de optocht, met alle voorbereidingen die dat vergt, schept en onderhoudt de gemeenschapszin.

Hoofdstuk III is geschreven door Anton van Oirschot met als titel: Dag van de Brabanders. Impressies en een bloemlezing van 25 Jaar Brabantse Dag. Het boek wordt afgesloten met de muziek en tekst van een ballade voor de Brabantse Dag met de titel: ROES.

In Heeze ben ik geboren en getogen. Ik heb één keer als figurant meegedaan aan de optocht, in 1965 (8e Brabantse Dag) toen het thema 'Heksen en Spoken; Sagen en Legenden' was.


zaterdag 30 november 2024

Hugo Hoes (2012): Fijne familie. Verhalen uit een groot gezin.

 

De schrijver Hugo Hoes is de jongste uit een gezin van acht kinderen. Vader Jacques, van beroep leraar, en moeder Riet hebben er hun handen vol aan. Hoewel vader Jacques, waar mogelijk, zich aan zijn opvoedingstaak weet te onttrekken. Het boek bevat de herinneringen aan zijn jeugd en het opgroeien in een groot gezin. De verhalen worden met ironie verteld, en veelal is de rol van vader onderwerp van een zachte humor. Allerlei onderwerpen komen aan bod die herkenbaar zijn voor het leven in jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. De kermis, Sinterklaas feest, Kerstmis, op bezoek bij oma, carnavalsoptocht, op campagne met vader voor de gemeenteraadsverkiezing, monopoly spelen en geruzie daarover, kamperen op vakantie, trimmen, naar het dierenpark, de hond, kattenkwaad uithalen met de automatiek. 

" 'Voilà, la Belgique,' zegt vader, die ook Frans gaf. In werkelijkheid zijn we in Halle op camping de Kappenbulten. Urenlang werden we rondgereden in de Achterhoek om ons het idee van een verre vakantie te geven. Veertig jaar later berekent de routeplanner de afstand tussen huis en camping op exact 13,6 kilometer".

Een vermakelijk boek met vele anekdotes.




zondag 24 november 2024

Emile en Jessica Bode (2015): Als de dag van toen. 50 jaar huishoudrevolutie.

 



De vader, Emile Bode, is journalist bij De Telegraaf en huishoudspecialist. Hij schrijft over het huishouden zoals dat in 1965 was. Zijn dochter, Jessica Bode, is eveneens journalist bij De Telegraaf maar op de Utrechtse redactie. Zij helpt haar vader bij de huishoudpagina. Samen schreven zij het boek Als de dag van toen. Vader over hoe voor veel Nederlanders het huishouden was in 1965; Jessica schrijft over het huishouden in 2015. Op deze wijze worden de verschillen duidelijk gemaakt. Voorts bevat het boek vier uitgebreide bijlagen met tips en adviezen. De onderwerpen in deze bijlagen zijn: 'Waar kan ik dit nog kopen? (20 pagina's); 'Vlekken- en schoonmaakkampioen' (66 pagina's); 'Gewoon in 1965, nagenoeg verdwenen in 2015' (1 pagina); 'Boodschappenprijzen toe en nu' (2 pagina's).

Terecht staat in de ondertitel het woord 'huishoudrevolutie'. Eén van de belangrijkste huishoudapparaten die voor het huishoudelijke werk een ware revolutie was is de wasmachine. De Zweedse medicus en statisticus Hans Gosling (hoogleraar Internationale Gezondheid) heeft hier ook op gewezen. Van hem bestaan op YouTube meerdere video's waarin hij op een humoristische maar ook heldere wijze zijn statistische gegevens presenteert.